Wie thuis zorg krijgt via een persoonsgebonden budget, kan een hulp in dienst hebben voor slechts twee of drie dagen per week. Juist voor die zorgverleners heeft de Eerste Kamer op 22 september de wettelijke bescherming bekrachtigd. Zij kunnen onder voorwaarden een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen en krijgen bij ziekte veel langer loon doorbetaald. De uitvoering loopt al sinds 1 januari 2026 vooruit op de wet. De stemming verandert dus niet van de ene dag op de andere ieders loonstrook, maar geeft de bestaande werkwijze een wettelijke basis.
Het verschil met de oude situatie is voor iemand die ziek wordt groot. Onder de oude Regeling dienstverlening aan huis betekende zo’n contract op papier doorgaans zes weken loon bij ziekte en geen verplichte verzekering voor WW of arbeidsongeschiktheid. De rechter doorbrak de uitsluiting van pgb-zorgverleners in 2023. Voor pgb-zorgverleners met zo’n contract geldt nu maximaal 104 weken loondoorbetaling, net als voor collega’s die vier of meer dagen per week werken. Een WW-uitkering volgt niet automatisch zodra een zorgovereenkomst stopt: UWV beoordeelt of de werknemer aan de gewone voorwaarden voldoet.
- Voorheen · maximaal 3 werkdagen6 weken
- Sinds 1 januari 2026 · dezelfde groep104 weken
Vergelijking voor pgb-zorgverleners onder de voormalige regeling, geen garantie op een uitkering in elk individueel geval. Voor een zorgverlener op AOW-leeftijd geldt volgens de SVB een maximum van zes weken.
Waarom de Senaat nu pas stemde
De nieuwe rechten komen voort uit een rechtszaak van een pgb-zorgverlener die na werkloosheid geen WW kreeg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde in maart 2023 dat uitsluiting van deze groep indirecte discriminatie van vrouwen opleverde. De overheid moest het verschil herstellen. Het kabinet en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) begonnen de nieuwe premies en rechten al op 1 januari uit te voeren, terwijl het parlement nog niet klaar was. Dat leidde tot kritiek op de volgorde van wetgeving en uitvoering. De Eerste Kamer stemde deze week in, maar noemde die gang van zaken in het debat een probleem.
Kijk naar de zorgovereenkomst
De doorslag geeft het soort contract, niet alleen hoeveel uren iemand helpt. Bij een arbeidsovereenkomst is de budgethouder werkgever en de zorgverlener werknemer. Wie als zelfstandige werkt of een overeenkomst van opdracht heeft met bijvoorbeeld een partner of familielid, valt niet vanzelf onder deze werknemersverzekeringen. Ook een familielid kan in sommige situaties werkelijk werknemer zijn; de SVB adviseert dan de arbeidsrelatie te laten toetsen. De rechten gelden alleen voor de Nederlandse pgb-regels. Voor pgb-houders die via hun zorgverzekeraar worden betaald en eind 2026 nog geen salarisadministratie bij de SVB hebben, treedt de wet voorlopig niet in werking.
Voor zorgverleners is er nog een belangrijk datumverschil. De rechterlijke uitspraak kan volgens de rijksoverheid al vanaf 16 december 2021 aanspraak op WW en andere werknemersuitkeringen ondersteunen, mits er een arbeidsovereenkomst was en aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan. De uitbreiding van de loondoorbetaling bij ziekte tot maximaal 104 weken geldt pas vanaf 1 januari 2026. Wie nu zijn baan verliest, moet daarom niet alleen naar deze Kamerstemming kijken, maar ook naar zijn contract, arbeidsverleden en de aanvraagtermijn bij UWV.
Wat betaalt de pgb-houder?
De extra bescherming heeft een prijs. De SVB noemt voor 2026 werkgeverslasten van 17,54 of 22,54 procent boven op het afgesproken brutoloon, afhankelijk van onder meer de WW-premie. Bij €1.000 brutoloon is dat rekenkundig €175,40 of €225,40 aan werkgeverslasten. Die bedragen komen uit het pgb, niet als aparte particuliere rekening boven op het budget. De SVB verzorgt de salarisadministratie en draagt de premies af. Dat neemt de rol van de budgethouder als werkgever niet weg: die moet bijvoorbeeld rekening houden met het contract en ziekteverzuim.
Voor bestaande contracten is er een tijdelijke buffer. Zorgkantoren verhogen bij bepaalde Wlz-budgethouders het pgb in 2026 en 2027 voor de nieuwe premies, wanneer de arbeidsovereenkomst al vóór 1 januari 2026 liep. Ook voor andere pgb-vormen bestaan compensatieregelingen, maar de voorwaarden lopen uiteen. Een nieuwe zorgverlener die pas dit jaar in dienst komt, valt niet onder diezelfde overgangscompensatie: de werkgever moet de premies meenemen bij het afspreken van loon en zorguren. Vanaf 2028 stopt de extra vergoeding voor deze overgang in de Wlz-regeling.
De praktische vraag voor iemand die zorg inkoopt, is daarom of hetzelfde aantal uren nog binnen het budget past. In de officiële toelichting op de tijdelijke compensatie waarschuwt de overheid dat een bestaand pgb anders mogelijk vóór het einde van het jaar opraakt. Volgens de rijksoverheid neemt de SVB bij ziekte de loonkosten over, zodat een vervanger betaald kan worden; ook is hulp van een arboarts beschikbaar. Maar een vervanger organiseren blijft voor veel budgethouders een eigen taak. De nieuwe bescherming is dus tegelijk een verbetering voor werknemers en een wijziging in de planning van de zorg thuis.
De stap maakt pgb-werk niet gelijk aan iedere gewone baan. Volgens de SVB bouwt de zorgverlener via het pgb geen pensioen op. MantelzorgNL wijst erop dat inkomen uit zorg voor een partner of naaste met een overeenkomst van opdracht plots kan eindigen, bijvoorbeeld wanneer de zorgvraag stopt; daarvoor ontstaat door deze wet geen automatische WW. Wie zorg verleent of inkoopt, kan het best nagaan welk type overeenkomst bij de SVB geregistreerd staat en of er een bericht over compensatie is gekomen. De Kamerstemming bevestigt een vangnet voor een afgebakende groep, geen algemeen vangnet voor alle mantelzorgers.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Waarom het verschil volgens de rechter niet konDe rechtszaak uit 2023 maakt duidelijk welke groep de nieuwe wet beschermt.
De Centrale Raad van Beroep keek naar een zorgverlener die in verschillende jaren met pgb-financiering in huishoudens had gewerkt. Het UWV telde die jaren aanvankelijk niet mee voor haar WW. De rechter vond dat de uitzondering voor korte particuliere dienstverbanden bij pgb-zorg niet objectief te rechtvaardigen was: de zorg wordt uit publiek geld betaald en de SVB kan werkgeversadministratie overnemen. Bureau Clara Wichmann, dat de zaak steunde, wijst erop dat de uitspraak is toegespitst op pgb-werk en niet automatisch alle particuliere huishoudelijke arbeid raakt. De nieuwe wet repareert juist die afgebakende situatie.
Welke kosten vallen onder de overgang?Bestaande zorgcontracten krijgen tijdelijk een budgetverhoging voor premies.
De Staatscourant-regeling voor de Wet langdurige zorg vergoedt in 2026 en 2027 de extra werkgeverslasten voor werknemers die al voor 1 januari 2026 bij dezelfde budgethouder in dienst waren en door de oude uitzondering niet verzekerd waren. Het zorgkantoor gebruikt in beginsel de declaraties van het voorgaande jaar om de verhoging te bepalen. Voor iemand die pas vanaf 2026 wordt aangenomen geldt deze overgangsverhoging niet. De 17,54 en 22,54 procent van de SVB zijn tarieven voor werkgeverslasten in 2026; het precieze bedrag hangt af van het contract en is geen vast percentage voor ieder pgb.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
