In Nederland zijn vorig jaar 401 slachtoffers van arbeidsuitbuiting geregistreerd, tegenover 356 in 2024. Dat meldt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel op 16 oktober. Vooral in de horeca en de landbouw kwamen meer slachtoffers in beeld. Rapporteur Conny Rijken waarschuwt dat de strafrechtelijke aanpak van plegers achterblijft.
De stijging bedraagt afgerond 13 procent. Het gaat om mensen die bij instanties bekend zijn, waardoor de cijfers geen volledige telling van alle uitbuiting vormen. In 2025 verschenen negen verdachten van arbeidsuitbuiting voor de rechter.
Erkenning bepaalt toegang tot hulp
Rijken zegt tegen de NOS dat een boete voor achterstallig loon voor een uitgebuite werknemer onvoldoende kan zijn. Als iemand daarbij niet als slachtoffer van mensenhandel wordt aangemerkt, kan de benodigde bescherming uitblijven. Volgens haar calculeren sommige bedrijven zulke boetes in. De discussie gaat daarmee ook over wat er met werknemers gebeurt nadat misstanden op hun werk zijn ontdekt.
Het Openbaar Ministerie weerspreekt tegenover de NOS dat de aanpak tekortschiet. Onderzoeken zijn volgens het OM ingewikkeld en tijdrovend; deze week dienden opnieuw zaken voor de rechter. De Arbeidsinspectie zegt ook andere delicten te onderzoeken, zoals fraude en witwassen, wanneer arbeidsuitbuiting niet te bewijzen is. Die aanpak en bestuurlijke boetes zijn niet volledig zichtbaar in de strafrechtelijke cijfers waar Rijken op wijst.
Onderzoeken kunnen jaren overlappen
De eigen factsheet van de Arbeidsinspectie, verschenen op 14 oktober, beschrijft zes afgeronde strafonderzoeken waarin zij arbeidsuitbuiting constateerde. Daarbij waren achttien vermoedelijke slachtoffers betrokken. Daarnaast rondde de inspectie 38 onderzoeken naar ernstige benadeling af, met 220 benadeelde werkenden. Die laatste categorie betreft ernstige misstanden die de inspectie via het bestuursrecht aanpakt. De strafonderzoeken leidden ook tot vier ontnemingsonderzoeken. Die zijn gericht op het afpakken van geld of ander voordeel dat met strafbare feiten is verdiend.
De aantallen meldingen, aangiften en afgeronde onderzoeken uit één kalenderjaar volgen niet automatisch dezelfde groep zaken. De inspectie legt uit dat een melding aan het eind van 2025 pas in 2026 tot onderzoek kan leiden. Haar nieuwe analyse van meldingen richt zich bovendien op gevallen die daadwerkelijk tot een strafonderzoek leidden. Vergelijken met eerdere jaren vraagt daardoor voorzichtigheid.
Druk om te blijven werken
De Arbeidsinspectie noemt het innemen van een paspoort of bankpas, hoge schulden aan de werkgever en afhankelijkheid van diens huisvesting als mogelijke signalen. Ook bedreiging, misleiding, structureel lange werkdagen en uitgesteld loon kunnen wijzen op uitbuiting. De opsporingsdienst beoordeelt de gemelde omstandigheden. Een vermoeden kan al worden gemeld, ook anoniem; een melding leidt niet vanzelf tot strafrechtelijk optreden.
CoMensha kan slachtoffers en betrokken hulpverleners verbinden met een regionale zorgcoördinator. Die begeleidt de route naar passende opvang en hulp. Welke opvang mogelijk is, hangt volgens de organisatie af van de persoonlijke situatie en het verblijfsrecht in Nederland. Bij onveiligheid kunnen CoMensha en de zorgcoördinator samen een veilige opvangplek zoeken. De begeleiding omvat ook de verdere stappen die iemand in het hulptraject moet doorlopen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
