Mensen die hun alimentatie niet ontvangen, moeten langer wachten op hulp van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Staatssecretaris Claudia van Bruggen erkent dat in een Kamerbrief van 7 oktober. Voor huishoudens die dat geld nodig hebben, stapelt het wachten op de overheid zich zo op bij een al uitblijvende betaling.
Hoog ziekteverzuim en verouderde computersystemen drukken op de uitvoering. De Arbeidsinspectie onderzoekt meldingen van medewerkers. Een interim-directeur werkt aan achterstanden en een betere werkcultuur; er wordt een nieuw computersysteem voor dossiers aanbesteed. Ondanks die maatregelen houdt de druk aan. De brief noemt geen hersteltermijn waarop ontvangers hun begroting kunnen baseren.
Hulp die betalingen weer op gang moet brengen
Het verschil met het eerdere beeld is groot. In zijn jaarverslag over 2024 meldde het LBIO dat de dienstverlening op niveau was gebleven. Het bureau registreerde toen 7.546 verzoeken om alimentatie te innen. Bij 5.691 daarvan kwam de rechtstreekse betaling na tussenkomst weer op gang, zonder dat het bureau de inning hoefde over te nemen. Dat is ongeveer drie op de vier verzoeken. Het laat zien waarom gezinnen naar deze dienst stappen: soms helpt tussenkomst al voordat zwaardere maatregelen nodig zijn. Het is een historisch resultaat, geen actuele slaagkans of belofte over hoe snel een aanvraag nu wordt geholpen.
De gevolgen beperken zich niet tot ouders van jonge kinderen. Vanaf de achttiende verjaardag ontvangt een kind de alimentatie zelf, legt de Rijksoverheid uit. Ouders blijven in beginsel tot 21 jaar financieel verantwoordelijk. Daarmee kan een uitblijvende betaling ook het geld voor studie en dagelijks levensonderhoud van een jongvolwassene raken. Wie zelf verdient, kan met de ouders andere afspraken maken over de bijdrage; achttien worden betekent dus niet automatisch dat de betalingsplicht eindigt.
Alleen in de ochtend bellen
Het LBIO waarschuwt op zijn eigen contactpagina inmiddels voor langere behandel- en wachttijden. Telefonisch is de organisatie op werkdagen bereikbaar van 9.00 tot 12.00 uur, via 010 289 48 90. Wie een lopende zaak heeft, kan het zaaknummer bij de hand houden. Voor mensen zonder zaak geldt een extra waarschuwing voor langer wachten aan de telefoon. Een middag vrijhouden om te bellen helpt dus niet. Mailen kan via alimentatie@lbio.nl, maar de organisatie belooft daarmee geen snellere behandeling.
De wachttijd maakt ook de voorwaarden voor hulp relevant. Bij een binnenlandse aanvraag moet de alimentatie door de rechter zijn vastgesteld en moet er minstens €10 achterstand zijn. Ook moet de betaler je rekeningnummer kennen. Het LBIO rekent voor de terug te halen achterstand in beginsel zes maanden terug vanaf het versturen van het aanvraagformulier; oudere bedragen vallen daar buiten, tenzij de rechter anders besloot. Wachten met aanvragen kan daardoor verschil maken. Sinds 1 januari 2026 is voor de eerste aanvraag een kopie van de rechterlijke uitspraak voldoende. Pas als een incassoprocedure start, vraagt het bureau het volledige origineel. Voor de ontvanger is deze dienstverlening gratis.
Geen vaste betaaldatum
Ook zonder de huidige organisatieproblemen duurt inning niet altijd kort. In zijn gepubliceerde werkwijze geeft het LBIO de betalende ouder of ex-partner eerst twee weken om betaling aan te tonen. Daarna kan het nog acht weken duren voordat het weer contact opneemt. Dat zijn proceduretermijnen, geen meting van de extra vertraging die nu ontstaat. Komt er een deurwaarder aan te pas, dan noemt het bureau minstens vier maanden voordat iemand eventueel geld ontvangt. Zo'n traject biedt dus geen zekerheid dat een gemiste maandbetaling op tijd beschikbaar komt voor de volgende rekening.
Bovendien kan ook een volledig behandeld dossier zonder volledige betaling eindigen. Het LBIO noemt onder meer een onbekend adres, onvoldoende aantoonbaar inkomen of vermogen en schuldeisers die voorrang hebben als obstakels. De dienst kan achterstallige betalingen proberen te innen, maar garandeert de ontvanger geen inkomen. Dat onderscheid blijft essentieel bij de nu aangekondigde verbeteringen: een beter werkende organisatie moet de hulp herstellen, zonder dat elke vordering daardoor meteen betaalbaar wordt.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Als de betalende ouder of ex-partner in het buitenland woontDe Nederlandse binnenlandse voorwaarden gelden dan niet één op één.
Het LBIO noemt voor een internationaal inningsverzoek minstens €250 achterstand of twee maanden achterstand. Ook oudere achterstanden kunnen worden meegenomen zolang ze niet zijn verjaard. Voor een kind van 18 jaar of ouder moet het kind zelf aanvragen of het verzoek mede ondertekenen. Deze voorwaarden horen bij de internationale route van het Nederlandse LBIO; ze zijn geen beschrijving van de Belgische binnenlandse alimentatiehulp. Controleer daarom de passende route voor de woonlanden van beide partijen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
