Te laat vervangen bruggen en sluizen kunnen Nederland tot 2035 ongeveer 20 miljard euro aan maatschappelijke schade opleveren. Dat stelt het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een onderzoek dat maandag 28 september verscheen. Het gaat om een berekening voor een situatie zonder extra ingrepen, niet om een rekening die al is betaald. De gevolgen zijn voor weggebruikers en bedrijven minder abstract: vrachtwagens moeten nu al omrijden bij de Merwedebrug op de A27 en op de A15 bij de Suurhoffbrug rijdt verkeer door een versmalde situatie. Zulke omwegen en wachttijden werken door in reistijd en goederenvervoer.

Wat is er veranderd?

Het nieuwe rapport zet in één berekening wat uitgestelde vervanging van een groep rijksbruggen en viaducten kan kosten tussen 2026 en 2035. Voorheen waren de gevolgen vooral zichtbaar als afzonderlijke beperkingen of aangekondigde renovaties. Het EIB rekent met verlies aan reistijd, extra kilometers en tijdelijke maatregelen. De opdracht kwam van de Logistieke Alliantie, met ondernemersorganisaties en infrastructuurbedrijven betrokken. Dat belang is relevant: de uitkomst is een scenario van een sectorinstituut, geen voorspelling dat alle genoemde bruggen daadwerkelijk dichtgaan. Lokale wegen en spoorbruggen zitten er niet op dezelfde manier in.

Een groot deel van de geschatte schade hangt af van wat er hierna gebeurt. Het EIB rekent voor drie stalen bruggen met samen meer dan 5 miljard euro aan hinder als beperkingen lang aanhouden. Voor dertig betonnen bruggen en viaducten onder verscherpte inspectie komt er 15 miljard euro bij als driekwart ervan de komende vijf jaar niet wordt vernieuwd. Die objecten zijn volgens het rapport voorlopig nog te gebruiken dankzij inspecties en tijdelijke ingrepen. Het cijfer van 20 miljard is dus vooral een waarschuwing over het tempo van vervanging; het is geen lijst van dertig nu onveilige of afgesloten bruggen.

De A27 laat zien hoe een beperking werkt

Bij de Merwedebrug tussen Gorinchem en Sleeuwijk mogen sinds 18 juli geen vrachtwagens en touringcars over de A27-brug. Personenauto's en lijnbussen mogen er buiten afzonderlijk aangekondigde onderhoudsafsluitingen wel langs. Een vrachtwagen die de brug normaal gebruikt, moet dus een andere route kiezen; een automobilist hoeft dat verbod niet op zichzelf als omrijadvies te lezen. Het EIB rekent met een vrachtwagenomweg van zestig kilometer en ongeveer 45 minuten extra, en komt voor de huidige beperking in zijn scenario op circa 1,9 miljoen euro maatschappelijke kosten per dag. Dat bedrag bundelt tijd, routekosten en extra drukte elders; het is geen tol of individuele vrachtrekening.

Juist bij die brug toont zich ook de onzekerheid in het miljardenbedrag. Het EIB veronderstelt in zijn lange scenario dat de beperking op de Merwedebrug doorloopt tot een nieuwe brug gereed is. Rijkswaterstaat onderzoekt nog of maatregelen het vrachtverkeer eerder kunnen terugbrengen. Het rapport erkent dat de berekende schade dan lager kan uitvallen. Wie een rit over de A27 plant, kan daarom beter de actuele beperkingen van Rijkswaterstaat raadplegen dan een scenariodatum als een vastgestelde einddatum behandelen.

Echte hinder en denkbare hinder

Op de A15 richting Maasvlakte stelde Rijkswaterstaat op 16 september een beperking in na scheuren in de oude Suurhoffbrug: verkeer wordt daar over de vluchtstrook geleid. De dienst bereidt een andere verkeersindeling via de naastgelegen nieuwere brug voor. Transport en Logistiek Nederland meldde 25 september na overleg met Rijkswaterstaat dat de noodmaatregelen voorlopig blijven en dat een datum voor de nieuwe indeling ontbreekt. Voor transporteurs is dat een planningsprobleem. De Van Brienenoordbrug bij Rotterdam is iets anders. Daar is volgens het EIB nu géén vergelijkbare verkeersbeperking; het instituut rekent door wat een toekomstige beperking zou betekenen. Rijkswaterstaat is intussen een vervangingstraject voor de westelijke boog gestart. Het verschil tussen een bestaande omleiding en een doorgerekend risico is belangrijk als je het bedrag van 20 miljard leest.

Gepland onderhoud kan zelf ook veel ongemak geven, maar is bedoeld om een onverwachte langdurige beperking voor te zijn. De Papendrechtsebrug in de N3 is volgens Rijkswaterstaat bijvoorbeeld van juli 2026 tot april 2027 dicht voor een grote renovatie. Daar weten bestuurders en vervoerders ruim van tevoren waar zij aan toe zijn, al blijft de omweg fors. Op het water ondergaat het Krammersluizencomplex eveneens een langdurige renovatie. Voor schippers gaat bereikbaarheid niet alleen over een open brug: een sluis die tijdelijk minder capaciteit heeft, kan de vaartijd en leverplanning veranderen. Binnenvaartvereniging KBN berekende op basis van Rijkswaterstaatcijfers dat in 2024 meer dan de helft van 99 onderzochte sluizen de norm voor ongeplande stremmingen niet haalde. Dat is een meting van toen, geen voorspelling voor deze winter. Deze projecten zijn voorbeelden van de afweging; hun volledige hinder is niet automatisch onderdeel van de EIB-raming.

Meer geld is toegezegd, keuzes blijven

Het kabinet had in juni al aangekondigd alle rijksprojecten opnieuw te rangschikken; concrete keuzes werden voor het najaar voorzien. Op Prinsjesdag is vervolgens 5,1 miljard euro extra voor het Mobiliteitsfonds tot en met 2040 aangekondigd, waarvan 1,5 miljard voor groot onderhoud. Dat is een langere periode en een andere begrotingscategorie dan de 20 miljard euro maatschappelijke schade in het EIB-scenario; je kunt die getallen niet van elkaar aftrekken. De Algemene Rekenkamer stelde eerder dit jaar dat Rijkswaterstaat en ProRail tot 2039 een structureel onderhoudstekort hebben en dat de minister prioriteiten moet kunnen uitleggen. Het nieuwe rapport maakt die keuze concreter: eerder vervangen kost nu geld, maar lang wachten kan ook een hoge prijs in tijd en vervoer hebben.

Wat betekent dit voor jouw route?

Dit onderzoek kondigt geen algemene afsluiting van Nederlandse bruggen aan. Rijd je met een vrachtwagen of touringcar over de A27, dan is het huidige verbod bij de Merwedebrug wél een direct reisfeit. Ook voor auto’s kunnen afzonderlijke onderhoudsafsluitingen gelden; controleer daarom je reisdag. Voor verkeer richting Maasvlakte geldt voorlopig de aangepaste rijstrook op de Suurhoffbrug; de startdatum van de volgende verkeersindeling is nog niet bekend. Bij geplande renovaties zoals die van de Papendrechtsebrug horen eigen afsluitdata en omleidingen. De praktische winst van vroeg onderhoud is minder kans op langdurige noodmaatregelen; de keerzijde is tijdelijke bouwhinder en de vraag welke projecten eerst geld krijgen. Voor een concrete rit blijft de actuele melding van de wegbeheerder leidend, niet de landelijke kostenraming.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraHoe het EIB aan 20 miljard euro komtDe uitkomst telt maatschappelijke hinder in scenario's, met belangrijke aannames over duur en toekomstige beperkingen.

Het EIB zet per scenario onder meer extra reistijd, omrijkilometers en congestie om in maatschappelijke kosten. Bij de drie stalen bruggen is de Merwedebrug een bestaande beperking, de Suurhoffbrug een recente beperking en de Van Brienenoordbrug een mogelijke toekomstige beperking. Voor de dertig betonnen bruggen en viaducten veronderstelt het instituut dat driekwart niet tijdig kan worden vervangen. Het totaalcijfer is afgerond: de componenten zijn op zichzelf schattingen met aannames over verkeer, duur van het werk en de ontwikkeling van de bruggen. Een vroegere heropening of snellere vervanging verlaagt de berekende schade. Het rapport is in opdracht van de logistieke sector gemaakt; overheid en Rekenkamer leveren afzonderlijke context, geen bevestiging van de precieze 20 miljard.

Verdieping · 1 min extraWaarom je de andere miljardenbedragen niet kunt optellenHet rapport bespreekt ook duurder onderhoud en gemiste nieuwe projecten, maar die bedragen meten iets anders.

Behalve de hinder door late vervanging schat het EIB ongeveer 2,5 miljard euro extra onderhoudskosten in 2026–2035. Het berekent ook dat het stilzetten van negentien nieuwe weg- en vaarwegprojecten 9 tot 12 miljard euro aan maatschappelijke baten kan kosten. Voor die laatste projecten loopt de berekening over de gehele levensduur, dus veel langer dan 2035. Dit zijn verschillende rekenvragen; ze vormen niet samen één factuur van 30 miljard euro. Het EIB vindt dat projecten op hun afzonderlijke maatschappelijke opbrengst moeten worden beoordeeld. Het kabinet zegt het beperkte geld al deels van nieuwe aanleg naar onderhoud te verschuiven. De kern van het politieke besluit is daarom welke vervanging urgent is en welke nieuwe verbinding nog steeds genoeg oplevert.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze