Jongeren in Nederlandse jeugdgevangenissen missen geregeld lessen en groepsactiviteiten en zitten daardoor langer op hun kamer. Drie inspecties eisen in een maandag 28 september gepubliceerde brief een noodplan van staatssecretaris Claudia van Bruggen. Volgens de toezichthouders is een ooit tijdelijk ingekort dagprogramma nu de normale gang van zaken, terwijl de veiligheid van jongeren en medewerkers onder druk staat. Het gaat om zes justitiële jeugdinrichtingen, met op dit moment ongeveer 450 jongeren. Daar verblijven zowel verdachten als veroordeelden; hun tijd binnen moet ook voorbereiding op terugkeer naar school, werk en samenleving zijn.
Wat veranderde er voor een jongere? De wet eist minstens 77 uur gezamenlijke activiteiten per week. Wegens personeelstekort liet de minister in 2023 tijdelijk een alternatief programma van minstens 62 uur toe. De inspecties waarschuwden toen al dat dit geen vaste oplossing mocht worden. In hun nu gepubliceerde brief schrijven ze dat de programma’s inmiddels structureel zijn verkort en soms zelfs onder die tijdelijke ondergrens uitkomen. Zelfs het noodrooster biedt dus niet altijd zekerheid.
Van rooster naar kamer
Teylingereind laat zien wat die onzekerheid betekent. Het geplande groepsprogramma is daar volgens het onderzoek teruggebracht tot 70 uur per week. Bij zestien leefgroepen telden de inspecties van januari tot hun bezoek eind juni 42 van 416 geregistreerde groepsweken waarin zelfs 62 uur niet werd gehaald. Dat is ongeveer één op de tien van deze getelde groepsweken, niet één op de tien jongeren. Een activiteit kan op de dag zelf wegvallen en de jongere blijft dan langer op de kamer. Inspecteurs troffen volgens hun verslag ook jongeren die daardoor lessen misten: er waren niet altijd genoeg begeleiders om hen naar school te brengen.
- Wettelijke norm77 uur
- Teylingereind70 uur
- JJI Lelystad69 uur
- De Hartelborgt65 uur
- Tijdelijke beleidsvloer62 uur
Bron: gezamenlijke inspectiebrief, gedateerd 10 september en gepubliceerd 28 september 2026. De drie locatiecijfers zijn structureel gehanteerde roosters, geen werkelijk gevolgde uren per jongere; op dagen met uitval kan het aantal lager zijn. De vloer van 62 uur is een tijdelijke beleidsnorm, geen vervanging van de wettelijke 77 uur.
Die uren verschillen per inrichting, maar de problemen komen op meer plaatsen terug. In Lelystad constateerden inspecteurs in juli een tekort van ongeveer 35 medewerkers; voor sommige groepen zakte het dagprogramma zelfs onder de al verlaagde norm van 62 uur. Tegelijk wezen ze de school bij die inrichting juist aan als stabiel en positief onderdeel, waar medewerkers proberen lessen door te laten gaan. In De Hartelborgt zagen de inspecties vorig jaar dat vaste teams en betere samenwerking met de school de overdracht hielpen. Dat zijn echte verbeteringen op locatie, maar ze nemen het tekort aan begeleiders en verloren onderwijstijd volgens de nieuwste stelselbrief niet weg.
Het kabinet erkende in april al dat zowel de wettelijke 77 uur als soms de tijdelijke 62 uur niet worden gehaald. Het schreef dat jongeren op hun kamer een passend individueel programma krijgen. De inspecties zien nu dat die invulling per inrichting verschilt en volgens hen vaak onvoldoende is. Een opdracht of doe-box op kamer vervangt bovendien niet vanzelf de gemiste les, het gesprek met een begeleider of contact met de groep. De Onderwijsraad had eerder ook gewaarschuwd dat scholen binnen jeugdinrichtingen moeite hebben om onderwijs goed te laten aansluiten bij leeftijd, niveau en terugkeer naar een opleiding buiten de muren. Dat maakt een onverwacht uitgevallen schooldag meer dan een verschoven afspraak.
Meer plekken zonder voldoende mensen
Meer capaciteit bouwen lost het probleem niet automatisch op. In 2019 besloot de minister 128 plekken gefaseerd te sluiten. Daarna liep de instroom op; de wederhoortabel bevestigt dat het om 128 plekken ging, niet om een eerder genoemd hoger aantal. De regering rekende in april, mét voorgenomen uitbreiding, nog op een tekort van 74 plekken in 2026 en 30 in 2030. Die cijfers zijn een raming van benodigde en bruikbare plaatsen, geen telling van jongeren die op straat staan. De bruikbare capaciteit schommelt ook: als personeel ziek wordt of vertrekt, kan een bestaande groep niet altijd open blijven.
Bij Teylingereind ging in juni een zeventiende leefgroep open. Inspecteurs zagen daarna een hogere werkdruk en verdere inkorting van het programma voor andere groepen. Zij adviseren voorzichtig te zijn met een achttiende groep zolang daarvoor onvoldoende mensen beschikbaar zijn. De geplande gefaseerde heropening van een jeugdgevangenis in Harreveld vanaf 2027 geeft dus pas verlichting als er ook voldoende ervaren medewerkers zijn. Wie alleen het aantal nieuwe bedden telt, mist de vraag of jongeren daar daadwerkelijk veilig onderwijs en behandeling kunnen krijgen.
Daarbij is de groep jongeren niet één soort doelgroep. Onderzoek in opdracht van het WODC onderscheidt sterk verschillende behoeften: ongeveer vier op de vijf jongeren verblijven korter dan drie maanden, terwijl anderen intensieve zorg of langduriger behandeling nodig hebben. Het onderzoek adviseert onder meer sneller beschikbare begeleiding voor kort verblijvende jongeren en passende plekken voor jongeren met een grote zorgbehoefte. Als een les of behandelafspraak voor een kort verblijvende jongere uitvalt, is er weinig tijd om die later in te halen. Dat is een gevolgtrekking, geen gemeten effect bij een individuele jongere.
Wat moet er nu gebeuren?
De inspecties vragen niet om nóg een belofte voor 2027, maar om een direct actieplan: bepaal welke kwaliteit en veiligheid minimaal gegarandeerd moeten worden, wanneer uitbreiding verantwoord is en hoe instellingen bij personeelstekort dezelfde afwegingen maken. In 2023 beëindigden de toezichthouders hun intensieve toezicht omdat maatregelen en monitoring waren toegezegd, al hielden ze zorgen. De brief van nu zegt dat de beoogde verbetering is uitgebleven. Het ministerie werkt aan een nieuwe, uitvoerbare opdracht voor de inrichtingen in het eerste kwartaal van 2027; besluitvorming en invoering moeten dan nog volgen. De dringende oproep van de inspecties is dus nog geen aangekondigde verbetering van het rooster voor morgen.
Voor jongeren en hun familie is vooral van belang wat er in hun eigen inrichting gebeurt: hoeveel lessen en groepsuren zijn daadwerkelijk doorgegaan, welke behandeling viel uit en wanneer wordt die ingehaald? Bij de rijksjeugdinrichtingen noemt DJI de mentor het vaste aanspreekpunt voor ouders; bij iemand van 18 jaar of ouder is toestemming nodig voordat ouders informatie over de behandeling krijgen. Een jongere kan ook de onafhankelijke Commissie van Toezicht spreken. DJI beschrijft daarnaast een klachtenprocedure over beslissingen van de directeur, met een termijn van zeven dagen na kennisgeving. Dat is geen garantie op compensatie bij elke uitgevallen activiteit. De nieuwe landelijke brief maakt de problemen zichtbaar, maar individuele antwoorden moeten van de betrokken inrichting komen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] Inspectie Justitie en Veiligheid
- [2] Joint inspectors letter, signed 10 September 2026
- [3] Inspectors Teylingereind and De Burcht findings, signed 10 September 2026
- [4] Inspectie Justitie en Veiligheid
- [5] Inspectie Justitie en Veiligheid
- [6] Tweede Kamer der Staten-Generaal
- [7] WODC
- [8] Onderwijsraad
- [9] Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
- [10] Dienst Justitiële Inrichtingen
- [11] Dienst Justitiële Inrichtingen
