Belgische studenten die naast hun opleiding een eigen zaak hebben, kunnen sinds 1 oktober 2026 onder voorwaarden ook na hun 25ste student-zelfstandige blijven. Tot nu toe liep dat statuut uiterlijk af op 30 september van het jaar waarin zij 25 werden. Voor iemand die dan nog studeert en klanten heeft, kan het verschil groot zijn: de overstap naar een ander zelfstandigenstatuut en bijbehorende bijdragen hoeft niet meer automatisch midden in de opleiding te vallen. De nieuwe ruimte geldt wel alleen voor wie het statuut al had in het derde kwartaal van het jaar van de 25ste verjaardag en sindsdien zonder onderbreking aan de voorwaarden voldoet.
Neem een student die in 2026 25 wordt en op 1 juli al als student-zelfstandige is aangesloten. Voorheen eindigde het statuut voor die student op 30 september, zelfs als de studie en de zaak doorliepen. Vanaf dit academiejaar kan het vanaf 1 oktober doorlopen zolang de opleiding, zelfstandige activiteit en overige voorwaarden blijven gelden. Wie pas in oktober van het jaar van de 25ste verjaardag een zaak begint, kan zich niet op deze verlenging beroepen: het vereiste statuut in het voorafgaande kwartaal ontbrak. De minister noemt dit het schrappen van de leeftijdsgrens, maar de uitvoeringsuitleg van het RSVZ maakt duidelijk dat er geen vrije instap voor iedere oudere student ontstaat.
Voor een nieuwe aanvraag blijven de gewone toegangseisen dus belangrijk. De student moet minstens 18 jaar zijn, bij een erkende onderwijsinstelling studeren en daadwerkelijk zelfstandig werken. Als hoofdregel gaat het om een inschrijving voor minstens 27 studiepunten per school- of academiejaar of 17 lesuren per week. Alleen een inschrijving op papier volstaat niet: deelname aan lessen of examens moet achteraf blijken. Studenten uit Nederland die in België studeren of er ondernemen, moeten daarnaast bij hun socialeverzekeringsfonds laten beoordelen welke Belgische regels op hun concrete situatie van toepassing zijn; de aangekondigde versoepeling is een Belgische regeling, geen wijziging van het Nederlandse studenten- of ondernemersrecht.
De financiële reden om het statuut te behouden zit in de aparte bijdrageberekening. Volgens de actuele RSVZ-tabel voor 2026 betaalt een student-zelfstandige met minder dan 8.687,04 euro netto belastbaar jaarinkomen geen sociale bijdragen. Tussen 8.687,04 en 17.374,08 euro geldt een verminderde bijdrage over het deel boven de ondergrens; vanaf 17.374,08 euro zijn bijdragen zoals bij een zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd. Dat zijn grenzen voor netto belastbaar inkomen, niet voor omzet of wat op de bankrekening binnenkomt. De hervorming verandert deze bedragen niet. Of de verlenging in jouw dossier tot een lagere rekening leidt, hangt dus ook van inkomen en persoonlijke omstandigheden af.
Ook het moment van afstuderen is minder hard geworden. Wie buiten de gebruikelijke periode van juni tot september het diploma behaalt, mag het statuut nu houden tot het einde van het kwartaal waarin dat gebeurt. Bij een diploma in februari is dat tot en met 31 maart, ook al worden niet meer gedurende het hele kwartaal alle studievoorwaarden vervuld. Vroeger kon juist zo’n diploma midden in een kwartaal tot verlies van het statuut vanaf het begin van dat kwartaal leiden. Dat geeft iemand met lopende opdrachten tijd om de nieuwe ondernemingssituatie met het fonds te regelen; het is geen automatische verlenging tot het einde van het kalenderjaar.
Voor wie alleen nog een verplichte stage of eindwerk moet afronden, maakt de vernieuwde uitleg een uitzondering op de normale grens van 27 studiepunten of 17 lesuren. Een thesisjaar met minder studiepunten kan maximaal één school- of academiejaar onder die uitzondering vallen; een uitgestelde thesis wordt daardoor niet onbeperkt verlengd. De stage moet onderdeel zijn van de opleiding en nodig zijn voor een erkend diploma of vergelijkbaar bewijs. Dit is vooral nuttig voor afstudeerders die anders formeel te weinig vakken opnemen terwijl zij nog aan hun opleiding werken.
Er verdwijnt één formulier, maar de controle blijft. Studenten hoeven aan het begin van het jaar geen voorafgaande verklaring op eer meer te tekenen dat zij de lessen regelmatig zullen volgen. Het fonds vraagt nog wel een inschrijvingsbewijs en controleert na afloop bijvoorbeeld via een attest van aanwezigheid of een puntenbriefje of lessen of examens werkelijk zijn gevolgd. Een verklaring dat de onderwijsinstelling een ondernemersproject begeleidt, telt vanaf het academiejaar 2026-2027 niet langer als alternatief bewijs. Wie op die route vertrouwde, moet tijdig nagaan welk nieuw bewijs de school kan leveren.
Een valkuil is de verwarring tussen student-zelfstandige en student-ondernemer. Het eerste is het wettelijke statuut voor sociale bijdragen bij een zelfstandige activiteit. Het tweede kan een eigen regeling van een universiteit of hogeschool zijn, bijvoorbeeld voor begeleiding of soepelere onderwijsafspraken. Een schoolpas of ondernemersprogramma geeft niet vanzelf de federale bijdrageregeling. Omgekeerd kun je de wettelijke voorwaarden halen zonder een apart ondernemerslabel van je instelling. Wie beide heeft, moet voor de sociale controle nog steeds de gevraagde studie- en examenbewijzen kunnen tonen.
Wat moet je nu doen? Controleer bij je socialeverzekeringsfonds of je in het derde kwartaal van het jaar waarin je 25 werd al het statuut had, en meld veranderingen in studiepunten, stage, diploma of zelfstandige activiteit meteen. Vraag welke stukken na afloop van het academiejaar nodig zijn en laat je verwachte netto belastbare inkomen opnieuw inschatten. Stop je voortijdig met studeren of voldoe je niet meer aan de voorwaarden, dan kan het statuut vanaf een eerder kwartaal wegvallen en kunnen bijdragen achteraf volgen. De nieuwe regel geeft dus vooral continuïteit aan wie al rechtmatig studerend onderneemt; hij haalt de voorwaarden en de mogelijke naheffing niet weg.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Drie situaties waarin de uitkomst verschiltEen verjaardag, diploma of uitgestelde thesis verandert niet voor iedereen hetzelfde.
Wie in 2026 25 wordt en al vóór oktober student-zelfstandige was, kan vanaf het vierde kwartaal doorgaan als de voorwaarden zonder onderbreking gelden. Een leeftijdsgenoot die pas na september met het statuut wil beginnen, mist die toegang. Wie in februari afstudeert, houdt het statuut in beginsel tot 31 maart; dat is een kwartaalregel en geen vrijstelling voor latere kwartalen. Wie alleen nog een eindverhandeling heeft, kan met minder studiepunten maximaal één academiejaar op de specifieke uitzondering steunen. Leg in elk geval de precieze kwartaalgrens en bewijsstukken voor aan het fonds, want een inschrijvingsattest alleen toont nog niet aan dat aan de eisen na afloop is voldaan.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
