Op donderdag 1 oktober meldde Rijkswaterstaat dat het op delen van de IJssel, Nederrijn en Waal de ondiepste plek in de vaargeul niet meer goed kan meten. Ook op het Pannerdensch Kanaal speelt dit. De meeste peilboten steken zelf te diep voor sommige ondiepe stukken, meldt Rijkswaterstaat aan de NOS. Voor binnenvaartschippers ontbreekt daardoor op die trajecten een actuele controle die helpt bepalen hoeveel vracht veilig mee kan. Er geldt geen algemeen vaarverbod. Wel wordt een beslissing over belading en afvaart moeilijker voor schippers en bedrijven die op een levering wachten.

Wat er nu ontbreekt

Normaal peilt Rijkswaterstaat de ‘minst gepeilde diepte’ dagelijks en publiceert die om 08.00 uur voor de scheepvaart. Dat is de ondiepste gemeten plek in een traject, geen gemiddelde waterstand. Volgens de NOS is het water op sommige plekken inmiddels minder dan 1,25 meter diep. De meeste meetvaartuigen kunnen daar niet komen; drie minder diep stekende vaartuigen moeten ook elders worden ingezet. Schippers missen nu dus op sommige routes actuele informatie over de bodem. Een meetpunt voor de waterhoogte vervangt die peiling niet.

Stel dat een vrachtschip voor vertrek moet bepalen hoeveel lading het kan meenemen. Met een recente meting van de ondiepste plek kan de schipper de diepgang van het schip daartegen afzetten en een veiligheidsmarge nemen. Als die meting ontbreekt, zegt een oude waarde niet zeker hoe diep de geul vandaag is. De waterstand kan veranderen en de bodem is niet overal gelijk. De NOS meldt dat commerciële meetgegevens voor sommige schippers een alternatief zijn, maar daarvoor is een abonnement nodig en niet iedereen heeft dat. De eigen afweging blijft afhankelijk van actuele informatie, route en schip.

Hoe uitzonderlijk is het watertekort? Onderzoeksinstituut Deltares meldde op 1 oktober een Rijnafvoer bij Lobith van ongeveer 540 kubieke meter per seconde. Het laagste punt in het droge jaar 2018 was volgens Deltares 732 kubieke meter per seconde. Dat vergelijkt de hoeveelheid water die de grens passeert, niet rechtstreeks de diepte onder ieder schip. Deltares noemt voor dinsdag een gemeten ondiepste plek van 1,25 meter tussen Spijk en het Maas-Waalkanaal. Die meting hoort bij dat traject en die dag; zij is geen actuele dieptekaart voor de hele IJssel, Nederrijn of Waal.

De vervoersproblemen begonnen niet vandaag. Rijkswaterstaat voerde op 25 september eenrichtingsverkeer in op de Boven-IJssel tussen de monding van het Twentekanaal en de IJsselkop. In de ene richting kon verkeer door, in de andere moest het om. De beheerder noemde een omweg tot ongeveer 200 kilometer. Die maatregel gold zolang nodig; controleer actuele vaarberichten voordat je er een route uit afleidt. De ontbrekende peilingen zijn een ander probleem: ze vormen op zichzelf geen nieuwe stremming of omvaarplicht.

Wat bedrijven en klanten merken

Minder diepte betekent minder lading per schip, meer reizen voor hetzelfde gewicht of een andere route. Dat effect is al zichtbaar in cijfers over augustus: het CBS telde 18,8 procent minder vervoerd vrachtgewicht in de Nederlandse binnenvaart dan een jaar eerder, terwijl het aantal reizen 3,4 procent hoger lag. Die cijfers bewijzen niet hoeveel extra vertraging juist het gemis aan metingen in oktober veroorzaakt. Ze laten wel zien waarom betrouwbare dieptegegevens voor de planning ertoe doen. Deltares waarschuwt dat omvaren en minder belading kosten verhogen en dat weg of spoor niet altijd direct plek bieden voor de goederen.

Het raakt onder meer bedrijven langs de IJssel en het Twentekanaal die goederen over water laten vervoeren. Hun afnemers moeten mogelijk rekening houden met een aangepaste planning. Voor Belgische lezers geldt een grens aan de conclusie: volgens het CBS nam het binnenvaartvervoer van en naar België in augustus juist toe. Een landelijke Nederlandse daling bewijst dus niet dat iedere Belgische levering is geraakt. Er is ook geen cijfer dat deze meetproblemen aan een hogere winkelprijs koppelt. Wie een specifieke zending verwacht, heeft meer aan informatie van de vervoerder dan aan een algemeen riviercijfer.

Wanneer wordt het beter?

Rijkswaterstaats waterbericht verwacht ook over 24 en 48 uur op Rijn en IJssel een lager niveau dan normaal voor de tijd van het jaar. Dat is geen vrijgave om een bepaald schip te laten varen. De beheerder publiceert daarnaast een gecontroleerde vierdaagse afvoerverwachting en een langere modelverwachting. Voor een afvaart tellen juist recente plaatselijke berichten, beschikbare peilingen en de eigen diepgang. Een bedrijf kan lichter laden, wachten, een andere route of een geschikt kleiner schip overwegen; elke keuze kost tijd of geld.

Deltares verwacht dat de afvoer van de Rijn de komende twee weken niet veel verandert. Dat is geen einddatum van het meetprobleem. Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat is vooral regen bovenstrooms buiten Nederland nodig. Ook dan kunnen vaargeulen per plek anders reageren. Deltares ziet over tientallen jaren een dalende trend in de laagste zomerafvoer, maar schrijft die niet uitsluitend aan klimaatverandering toe: ook veranderingen in land- en watergebruik spelen mee.

Voor een schipper is de vraag vandaag dubbel: hoeveel water staat er op de route, en hoe recent is de meting van de ondiepste plek? De waterstand op een meetpaal beantwoordt die tweede vraag niet. Bekijk de actuele vaarberichten, let op de datum van een dieptemeting en beschouw een ontbrekende waarde niet als bewijs dat de route vrij is. Vervoerders en opdrachtgevers kunnen daarna bepalen of minder vracht, een andere planning of een omweg haalbaar is.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraWaarom een hoger peil nog geen veilige vaargeul bewijstWaterhoogte, afvoer en de ondiepste plek zijn drie verschillende gegevens; aanpassing vergt meer dan regen afwachten.

De waterhoogte bij Lobith wordt tegenover een vast ijkpunt gemeten. De afvoer zegt hoeveel water per seconde passeert. Geen van beide vertelt op zichzelf hoeveel ruimte een schip op het ondiepste punt onder de kiel heeft. Rijkswaterstaat meet daarom afzonderlijk de minst gepeilde diepte. Dat vraagt toegang tot de vaargeul en een recente bodemmeting. Wanneer een meetboot de ondiepe strook niet meer kan bereiken, verdwijnt vooral dat derde gegeven. De openbare vierdaagse afvoerverwachting en de langere modelpluim blijven nuttig voor planning, maar vullen een ontbrekende dieptepeiling op een specifieke route niet automatisch in.

Deltares onderzocht met binnenvaart, havens en overheden hoe vervoer robuuster kan worden bij laagwater. Het noemt drie richtingen: schepen die met minder diepgang kunnen varen, logistiek die tijdig lading en routes aanpast, en betere informatie over aankomend laagwater. Nieuwe sluizen of extra pompen bieden niet overal uitkomst: aanleg duurt lang, andere rivierfuncties tellen mee en een installatie kan geen rivierwater maken. Dit zijn onderzoeksrichtingen, geen aangekondigde oplossing voor de uitgevallen peilingen van deze week.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze