Sinds donderdag 1 oktober kan de Afsluitdijk ook water uit het IJsselmeer wegpompen wanneer de Waddenzee te hoog staat om de gewone sluizen te gebruiken. Rijkswaterstaat nam die dag bij Den Oever zes pompen en nieuwe spuisluizen officieel in gebruik, aan het begin van het stormseizoen. De maximale capaciteit om water naar zee af te voeren is volgens de beheerder samen 45 procent groter geworden. Voor mensen rond het IJsselmeer betekent dat meer ruimte om het meerpeil tijdens langdurige regen en hoog zeewater te beheersen. Het is een extra veiligheidsmarge, geen bericht dat er nu ergens een overstroming dreigt.

Tot nu toe moest overtollig water vooral vanzelf door de spuipoorten stromen. Dat lukt wanneer het IJsselmeer hoger staat dan de Waddenzee, bijvoorbeeld rond laagwater. Staat het zeewater door getij en wind hoger, dan blijven die poorten dicht terwijl rivieren en regionale watergangen nog wel water richting het meer brengen. De nieuwe pompen zijn juist voor zo'n situatie gebouwd: ze kunnen water over het hoogteverschil heen verplaatsen. Het verschil met de vorige aanpak is dus niet dat het IJsselmeer altijd sneller leegloopt, maar dat afvoer ook mogelijk blijft in uren waarin de oude route dicht was.

Wat merkt een laaggelegen gebied daarvan?

Het nut begint ver van Den Oever. Regenwater uit lage polders gaat via sloten en regionale gemalen naar grotere meren en kanalen; water uit onder meer de IJssel komt rechtstreeks in het IJsselmeer. Als het meer langdurig hoog blijft staan, wordt het voor sommige regionale gemalen moeilijker om hun water kwijt te raken. Deltares beschreef in een onderzoek van maart 2026 dat de pompcapaciteit bij bepaalde gebieden rond het IJsselmeer met 1 tot 10 procent kan afnemen per 25 centimeter extra hoogteverschil waarover ze moeten pompen, afhankelijk van het gemaal. Deltares noemt Zuiderzeeland tegelijk relatief ongevoelig vergeleken met andere regio’s. Dit getal voorspelt dus niet de winst door het nieuwe complex; het laat alleen zien waarom het meerpeil ook achter de dijk van belang is.

Rijkswaterstaat spreekt over 275.000 liter per seconde als gezamenlijk maximum van de zes nieuwe pompen. Dat is 275 kubieke meter: ongeveer een wedstrijdzwembad in negen seconden, als ze op vol vermogen draaien. Daarnaast kwamen bij Den Oever acht nieuwe spuikokers met in totaal zestien afsluitbare schuiven. Die extra openingen helpen wanneer het water vanzelf kan stromen; de pompen springen bij wanneer dat niet kan. De gemelde 45 procent is de grotere afvoercapaciteit van het hele pakket tegenover de situatie vóór de uitbreiding. Het is geen gemeten daling van de overstromingskans met 45 procent, en het zegt niet hoeveel de pompen op een doorsneedag werkelijk zullen draaien.

De keuze tussen spuien en pompen heeft ook een praktische keerzijde. Stromen via open sluizen gebruikt geen aandrijving om het water op te tillen. Pompen vragen elektriciteit, dus Rijkswaterstaat wil waar mogelijk eerst spuien en pas bij ongunstig zeewater pompen. Bij de bouw was het plan volgens Rijkswaterstaat om het benodigde vermogen met een zonnepanelenpark in de buurt op te wekken. De actuele herkomst van alle gebruikte stroom blijkt niet uit de openingstekst. Hoeveel stroom het complex in een werkelijk nat seizoen gebruikt of welke kosten dat oplevert, staat niet in de ingebruiknamecijfers. Een grotere pompcapaciteit betekent daardoor wel meer handelingsruimte voor waterbeheerders, maar niet dat elke liter voortaan even goedkoop of op dezelfde manier naar zee gaat.

Meer dan alleen een pomp

De ingebruikname sluit een grote versterking van de 32 kilometer lange Afsluitdijk af. De dijk zelf is verhoogd en verstevigd; bij Den Oever en Kornwerderzand kwamen keersluizen die doorgangen bij zeer hoog water kunnen afsluiten. Dat is een andere taak dan het afvoeren van water uit het IJsselmeer: de dijk en keersluizen moeten zeewater buiten houden, terwijl spuipoorten en pompen het binnenwater beheersbaar houden. Voor bewoners is dat onderscheid belangrijk. Meer afvoer naar zee helpt tegen een te hoog meerpeil, maar vervangt geen sterke waterkering en ook niet het beheer van dijken en gemalen dichter bij huis.

‘Afgerond’ betekent bovendien niet dat al het werk aan de Afsluitdijk klaar is. Op de actuele projectplanning van Rijkswaterstaat lopen onder meer de vernieuwing van oude spuisluizen, bruggen en het Vlietermonument nog door; die planning reikt tot 2030 en kan veranderen. De opening op 1 oktober gaat specifiek over de nieuwe afvoermiddelen en de grootschalige dijkversterking. Wie de A7 over de dijk gebruikt, moet daarom voor een rit nog steeds de actuele werkzaamheden raadplegen. Deze mijlpaal is geen belofte dat de route vanaf nu vrij is van onderhoudshinder.

Waarom er later opnieuw gebouwd moet worden

Het Deltaprogramma rekent voor het IJsselmeergebied met een combinatie van spuien en pompen vanaf stormseizoen 2026. De bedoeling is het gemiddelde meerpeil en zeldzame hoge pieken te blijven beheersen, terwijl een stijgende zeespiegel het aantal uren waarin water vanzelf weg kan verkleint. Het KNMI voorziet in alle vier de scenario’s een hogere zeespiegel én nattere winters, al verschilt de omvang. Volgens de huidige Nederlandse deltastrategie zijn rond 2045 waarschijnlijk opnieuw pompen of spuisluizen nodig. Dat jaartal is een planningshorizon, geen datum waarop het nieuwe gemaal plotseling ophoudt te werken. De huidige uitbreiding geeft voorlopig extra speelruimte; ze maakt verdere keuzes over waterafvoer niet overbodig.

Dat waterbeheer is ook geen wedstrijd om het IJsselmeer zo laag mogelijk te krijgen. Het meer is tegelijk een voorraad zoet water voor droge perioden, waterstanden zijn ook van belang voor natuur, scheepvaart en regionale afvoer. In de zomer kan het vasthouden van water juist waardevol zijn. De nieuwe installatie geeft de beheerders een extra mogelijkheid om een te hoog peil bij nat weer te voorkomen, onder omstandigheden waarin de oude sluizen tekortschoten. Voor bewoners rond het IJsselmeer is de concrete winst minder afhankelijkheid van een gunstig zeeniveau. Hoeveel veiliger een individuele woning daardoor wordt, is met deze cijfers niet vast te stellen.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraWaarom de dijk later opnieuw capaciteit nodig heeftKNMI-scenario’s en het Deltaprogramma maken duidelijk waarom de opening van vandaag een tussenstap is.

De vier KNMI-scenario’s verschillen in hoeveel de zee stijgt en hoeveel natter de winter wordt. Ze voorspellen niet of op een bepaalde dag de spuisluizen dicht moeten; getij en wind blijven daarvoor beslissend. Voor de lange termijn verkleint een hogere zee wel de uren waarin het IJsselmeer vanzelf kan lozen. Dat verklaart waarom het Deltaprogramma rond 2045 alweer een keuze voor extra pompen of spuien voorziet.

Het Deltaprogramma vraagt planners bovendien rekening te houden met ruimte voor gemiddeld 30 centimeter hoger winterpeil. Dat is een voorzorg in ruimtelijke keuzes, geen besluit om het huidige streefpeil nu met 30 centimeter te verhogen. In de zomer dient hetzelfde meer als zoetwaterbuffer. De beheerder moet afvoer en voorraad daarom telkens afwegen; de nieuwe maximale pompcapaciteit is geen instructie om voortdurend te pompen.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze