Het kabinet heeft donderdag 1 oktober een nieuwe Zelfstandigenwet voorgelegd aan zzp’ers en opdrachtgevers. Het voorstel moet vooraf duidelijker maken wanneer een opdracht zonder dienstverband kan. Daarvoor zou een zelfstandige onder meer minstens drie echte klanten moeten hebben en geld moeten besteden aan bescherming tegen ondernemersrisico’s. Wie voor zichzelf werkt, kan nu reageren op die voorwaarden; ze gelden vandaag nog niet. De consultatie loopt tot en met 29 oktober en het kabinet mikt op invoering in januari 2028, als het wetsvoorstel het parlementaire traject doorloopt.

Het verschil met vandaag is belangrijk voor iemand die bijvoorbeeld als ontwerper, programmeur of zorgverlener een lange opdracht krijgt. Nu beoordelen opdrachtgever en werkende samen de hele feitelijke relatie: wie bepaalt het werk, hoe is de opdracht ingebed en gedraagt iemand zich ook buiten dit contract als ondernemer? Een inschrijving bij de Kamer van Koophandel beslist dat niet op zichzelf. Het nieuwe plan voegt een duidelijker route toe: voldoe je aan zowel voorwaarden voor jezelf als ondernemer als aan voorwaarden voor deze concrete opdracht, dan is er volgens het voorstel in ieder geval geen gezagsverhouding voor een arbeidsovereenkomst. Die zekerheid is de bedoelde winst.

Drie klanten, maar niet alleen op papier

Voor die eerste route telt meer dan een visitekaartje. De conceptwet vraagt minstens drie opdrachtgevers in het lopende en het vorige kalenderjaar samen. De toelichting zegt nadrukkelijk dat twee piepkleine klusjes op papier naast één dominante klant niet vanzelf volwaardige opdrachten zijn. Daarnaast komen kenmerken als een zakelijke administratie, facturen, een btw-nummer en een aparte rekening voor zakelijke transacties in beeld. Een starter hoeft volgens de toelichting niet eerst jaren te wachten: klanten uit het huidige jaar tellen mee. Maar met één eerste opdrachtgever bereikt die starter de voorgestelde veilige route nog niet.

De tweede voorwaarde raakt de portemonnee. Een zelfstandige zou jaarlijks een minimumbedrag moeten uitgeven aan voorzieningen tegen risico’s, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een voorziening bij ziekte, pensioen of een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering. Het kabinet heeft het bedrag nog niet ingevuld en wil daar juist via de consultatie reacties over. Ook welke uitgaven precies meetellen, moet later in lagere regels worden uitgewerkt. Een zelfstandige kan dus nog niet uitrekenen wat deze route hem of haar in 2028 zou kosten. De toelichting waarschuwt bovendien dat het nog te kiezen minimum niet vanzelf voldoende dekking geeft bij ziekte of uitval.

Naast die ondernemersvoorwaarden wordt per opdracht gekeken hoe het werk werkelijk verloopt. De zelfstandige moet in beginsel zelf bepalen hoe, waar en wanneer het werk gebeurt en financiële voor- en nadelen van de klus dragen. Een opdrachtgever mag zeggen welk resultaat nodig is; een opdracht waarbij je fysiek op een bepaalde plek of op een bepaald moment moet zijn, kan volgens de consultatietekst een uitzondering vormen op de vrije plek- en tijdskeuze. Een contract met het woord „freelance” is dus onvoldoende wanneer de dagelijkse praktijk eruitziet als aangestuurd werknemerswerk. Ook een ondernemer met drie klanten moet voor elke afzonderlijke opdracht die tweede toets halen.

Wie één van de voorgestelde voorwaarden mist, wordt niet automatisch werknemer. De consultatietekst zegt dat de bestaande beoordeling van alle omstandigheden dan blijft gelden. Denk aan een specialist die lang voor één klant werkt of iemand die slechts incidenteel tegen betaling een artikel schrijft: zulke gevallen kunnen buiten de nieuwe zekere route vallen, terwijl ze onder de huidige regels toch zelfstandig kunnen werken. Dat onderscheid voorkomt een verkeerde conclusie uit de grens van drie klanten. Het betekent tegelijk dat de beoogde eenvoud niet voor iedere zzp’er geldt; juist mensen met één grote opdracht houden mogelijk de oude onzekerheid.

Wat verandert er nu al?

Die onzekerheid bestaat al. Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer normaal op schijnzelfstandigheid. Blijkt iemand feitelijk werknemer, dan kan de opdrachtgever loonheffingen moeten nabetalen; in 2026 zijn bij ernstige overtredingen ook vergrijpboetes mogelijk. Het kabinet haalde in maart een eerder onderdeel van de VBAR-wet weg dat de grens tussen zelfstandige en werknemer moest verduidelijken, maar liet de huidige handhaving doorlopen. Een afzonderlijk voorstel voor een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage uurtarieven bleef op tafel. De nieuwe consultatie zet de lopende controles dus niet stil en schaft werknemersrechten niet af.

Dat opdrachtgevers terughoudend zijn, blijkt uit ouder onderzoek van de Kamer van Koophandel onder 500 zzp’ers en 500 opdrachtgevers. Bijna negen op tien zelfstandigen zagen hun eigen opdracht niet als schijnzelfstandigheid; slechts ongeveer de helft van de opdrachtgevers deelde dat oordeel. Het is zelfrapportage uit 2025, geen meting van het nieuwe voorstel, maar het verklaart waarom een route met vooraf kenbare voorwaarden aantrekkelijk kan zijn. Tegelijkertijd maakte het CBS voor 2025 een daling van 62.000 zzp’ers bekend, tot ongeveer 1,2 miljoen mensen met zzp als hoofdbaan. Uit die samenloop kun je niet afleiden dat één regel de hele daling veroorzaakte.

Voor een Belgische freelancer met een Nederlandse opdrachtgever is de nuance anders dan voor wie uitsluitend in België werkt. De voorgestelde Nederlandse route ziet op werkrelaties die naar Nederlands recht worden beoordeeld. De toelichting zegt dat buitenlandse klanten voor de grens van drie kunnen meetellen en dat ook buitenlandse voorzieningen in aanmerking kunnen komen. Hoe je zulke stukken straks precies aantoont, moet nog worden uitgewerkt. Het voorstel vervangt geen Belgische arbeids- of belastingregels. Kijk dus eerst welk recht op jouw opdracht van toepassing is; „drie klanten in België” is niet op zichzelf een Nederlands vrijbewijs.

De praktische keuze vandaag is daardoor bescheiden maar echt. Wie wil dat bijwerk naast loondienst, één langdurig project of een buitenlandse verzekering wordt meegewogen, kan tot 29 oktober op de officiële consultatie reageren. Wie nu iemand inhuurt, moet intussen nog steeds de feitelijke arbeidsrelatie volgens de bestaande regels controleren; een toekomstige wet is geen huidige vrijstelling. Het voorstel biedt een nuttige extra zekerheid voor ondernemers die beide toetsen daadwerkelijk kunnen halen. De harde klantengrens en het nog onbekende minimumbedrag zijn de zwakke plekken: pas na verdere uitwerking en parlementaire behandeling valt te zien hoeveel zelfstandigen er werkelijk mee geholpen zijn.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraTwee opdrachten, twee mogelijke uitkomstenDe nieuwe veilige route is strenger dan alleen een KVK-inschrijving, maar vervangt de bestaande beoordeling niet.

Stel dat een zelfstandig ontwerper vorig jaar twee volwaardige klanten had en dit jaar voor een derde een opdracht krijgt. Het voorgestelde klantenaantal kan dan gehaald zijn; daarnaast moet de ontwerper aantonen dat de vereiste risico-uitgaven en bedrijfskenmerken op orde zijn én bij die derde klant echt zelfstandig werken. Andersom kan een specialist met één groot project buiten de veilige route vallen. Dat maakt hem niet automatisch werknemer: dan moet de concrete relatie nog volgens het bestaande arbeidsrecht worden beoordeeld. De overheid noemt ook incidentele zelfstandige bijverdiensten als mogelijk voorbeeld. De grens biedt dus zekerheid aan een bepaalde groep, maar is geen algemene definitie van ondernemerschap.

Verdieping · 1 min extraWaar kun je nu op reageren?De consultatie sluit 29 oktober; het risicobedrag ligt nog open.

De officiële consultatie bevat de conceptwettekst, een toelichting van 83 pagina’s en een apart document met vragen. Vooral de hoogte van het minimum voor verzekering of pensioen moet volgens het kabinet nog worden bepaald. In een reactie kun je een concreet voorbeeld geven van je werk, het aantal werkelijke klanten, welke voorzieningen je al betaalt en wat een eis voor jou of je opdrachtgever zou veranderen. Een reactie is geen aanvraag voor een vergunning of voorafgaande goedkeuring van jouw arbeidsrelatie. Na 29 oktober kan de regering het voorstel aanpassen; alleen de uiteindelijke wet en invoeringsdatum bepalen straks welke regels gaan gelden.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze