Hoeveel ruimte delen we?
Op 1 januari 2026 was de woonoppervlakte in Nederland gemiddeld 55 vierkante meter per persoon: twee vierkante meter meer dan tien jaar eerder. Dat meldt het CBS op 21 september. De verschillen tussen huishoudens zijn groot, zoals de grafiek laat zien. Alleenstaanden hebben gemiddeld meer ruimte per persoon dan stellen zonder kinderen en huishoudens met kinderen. Ook leeftijd maakt verschil: vooral alleenstaande 70-plussers wonen ruim.
- Alleenstaand87 m²
- Stel zonder kinderen65 m²
- Met kinderen40 m²
Nederland, 1 januari 2026. Afgeronde gemiddelden. Bron: CBS.
Een woning, een huishouden en een persoon
Om zulke cijfers te begrijpen, moet je drie dingen uit elkaar houden: woningen, huishoudens en personen. De Woonbase van het CBS koppelt die perspectieven via registers. De database bevat onder meer kenmerken van woonruimten en informatie over de mensen die er wonen. Niet elke verhuizing betekent dat een compleet huishouden vertrekt: een kind kan uit huis gaan en partners kunnen uit elkaar gaan. Een rekenvoorbeeld laat het verschil zien. Een woning van honderd vierkante meter gedeeld door vier bewoners levert 25 vierkante meter per persoon op. Vertrekken er twee, dan wordt dat vijftig. De woning is even groot gebleven. Meer ruimte per bewoner betekent in dit voorbeeld dus geen verbouwing en ook geen vrijgekomen woning.
Thuis wonen terwijl je wilt vertrekken
Voor de vraag of jongeren een plek kunnen vinden, biedt een ander CBS-onderzoek relevantere informatie: het hoofdstuk Wonen uit de Jeugdmonitor 2025. Volgens de daarin gebruikte enquête uit 2024 wilde 19 procent van de 18- tot 30-jarigen verhuizen, maar konden zij naar eigen zeggen niets vinden. Bij thuiswonende jongeren met werk of een uitkering als belangrijkste inkomensbron was dat 32 procent. Deze cijfers gaan over personen en hun verhuiswens, niet over een administratieve wachtlijst. Tegelijk was 74 procent van de jonge huishoudens tevreden over de huidige woning. Dat laatste cijfer betreft jonge hoofdbewoners; jongeren die bij hun ouders wonen vallen daarbuiten. De twee uitkomsten beschrijven dus verschillende groepen en kunnen naast elkaar bestaan.
Het woningtekort telt iets anders
Voor het woningtekort gebruikt het ministerie van BZK/VRO weer een andere berekening. De uitleg voor 2026 komt uit op een statistisch tekort van 384.000 woningen, oftewel 4,6 procent van de voorraad. Daarachter zitten aannames over huishoudens die een zelfstandige woning zoeken, nieuwe starters en woningen die beschikbaar zijn. Zo telt de methode niet alle onbewoonde woningen als direct aanbod: een deel wordt verbouwd, wacht op een nieuwe bewoner of heeft een ander gebruik. De uitkomst is een indicator voor spanning op de woningmarkt. Het is geen telling van lege slaapkamers en evenmin een individuele lijst van afgewezen woningzoekers. Daardoor kun je het tekort niet berekenen door simpelweg alle Nederlandse vloeroppervlakte eerlijk over inwoners te verdelen.
Ruimte komt niet vanzelf beschikbaar
Zou doorstroming van ruim wonende ouderen dan snel plaats maken voor starters? Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving uit september 2023 laat zien waarom dat geen automatische kettingreactie is. Het onderzocht gerealiseerde verhuizingen tussen 2012 en 2021. Veranderingen in het huishouden en wensen rond woning of omgeving waren belangrijke redenen om te verhuizen. Gezonde ouderen bleken juist honkvast; op hogere leeftijd hing verhuizen sterker samen met verslechterende gezondheid. Vaak speelden meerdere motieven tegelijk. Het PBL waarschuwt daarom dat verhuisbeslissingen lastig te voorspellen en te sturen zijn. Het onderzoek bewijst niet dat ouderenwoningen nutteloos zijn. Het maakt wel duidelijk waarom beschikbaarheid, locatie en persoonlijke omstandigheden meetellen, naast het aantal vierkante meters dat iemand heeft.
Veel meters is niet hetzelfde als genoeg kamers
Ook voor woonkwaliteit bestaat meer dan één maat. Eurostat kijkt bij overbewoning naar het aantal kamers in verhouding tot de samenstelling van het huishouden. De norm rekent onder meer met een gezamenlijke kamer, een kamer per paar en een kamer voor iedere alleenstaande volwassene. Voor kinderen gelden regels naar leeftijd en geslacht. Neem als vereenvoudigd voorbeeld een paar zonder kinderen: volgens die definitie zijn minstens twee kamers nodig. Dat oordeel hangt dus niet uitsluitend van de totale oppervlakte af. Een open ruimte en een woning met afzonderlijke kamers kunnen evenveel vierkante meters hebben, maar anders bruikbaar zijn voor bewoners. Deze statistische definitie is bovendien geen uitspraak over de wettelijke toelaatbaarheid van jouw huurwoning.
Nederland: controleer de woning die je huurt
Wie een Nederlandse zelfstandige huurwoning bekijkt, heeft meer aan de gegevens van die woning dan aan een landelijk gemiddelde. De Huurprijscheck van de Huurcommissie berekent punten en een bijbehorende huurprijs. Daarvoor vraagt de tool onder meer de WOZ-waarde, het energielabel, de oppervlakte van alle kamers en die van buitenruimtes. Ook voorzieningen tellen mee. Zelfstandig betekent hier een eigen toegangsdeur, keuken, toilet en badkamer of andere wasgelegenheid. Gebruik dus de check die bij jouw soort woonruimte hoort. De Huurcommissie waarschuwt dat een eigen berekening kan afwijken, bijvoorbeeld door een meetfout. Bij een beoordeling gebruikt zij daarom een nieuwe puntentelling van een onderzoeker. De online uitkomst is een hulpmiddel, geen definitieve uitspraak over een geschil.
Vlaanderen: bekijk ook veiligheid en gezondheid
Voor een woning in Vlaanderen gelden de Vlaamse kwaliteitsnormen. Oppervlakte en plafondhoogte zijn daarin maar een deel van de beoordeling. De overheid noemt daarnaast onder meer veilige elektrische en verwarmingsinstallaties, ventilatiemogelijkheden, natuurlijke verlichting, drinkbaar water en het ontbreken van vochtproblemen. Ook sanitair, kookgelegenheid, isolatie en rookmelders zijn van belang. Een ruime kamer kan dus toch gebreken hebben die niet zichtbaar worden in een oppervlaktecijfer. Een woningcontroleur van de gemeente of Wonen in Vlaanderen kan een conformiteitsonderzoek uitvoeren aan de hand van een technisch verslag. Voor een concrete zoektocht helpt dat onderscheid: kijk niet alleen hoeveel ruimte wordt aangeboden, maar ook of die woonruimte veilig, gezond en bruikbaar is. Een Nederlands landelijk gemiddelde vervangt zo’n plaatselijke beoordeling niet.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] CBS — woonoppervlakte per persoon, 21 september 2026
- [2] CBS — methode en opbouw van de Woonbase
- [3] CBS — Jeugdmonitor 2025: wonen
- [4] BZK/VRO — het statistisch woningtekort uitgelegd, cijfers 2026
- [5] PBL — Verhuismotieven en ruimtelijke verhuisbewegingen, september 2023
- [6] Eurostat — definitie van overbewoning
- [7] Huurcommissie — Huurprijscheck zelfstandige woonruimte
- [8] Vlaamse overheid — minimale woningkwaliteitsnormen
