Toeristen besteedden in 2025 meer bij Nederlandse bedrijven, maar dat leverde de horeca binnen het toerisme niet meer werk op. Dat blijkt uit de toerismecijfers die het CBS vrijdag 25 september heeft gepubliceerd. Na correctie voor prijsstijgingen namen de toeristische bestedingen met 3,1 procent toe; het arbeidsvolume in de horeca daalde volgens dezelfde telling met 0,4 procent. Voor iemand die in een hotel, café of restaurant werkt, is dat een belangrijk verschil: groei van uitgaven in een brede sector zegt nog weinig over het aantal uren dat juist in die bedrijfstak beschikbaar is. De cijfers beschrijven heel 2025, niet de huidige zomer of iemands loonstrook.

Buitenlandse vraag trekt de groei

In totaal gaat het om 117,6 miljard euro, 5,6 miljard meer dan in 2024 volgens de nu vergelijkbare CBS-reeks. Dat bedrag is vóór prijscorrectie: een hogere rekening kan deels door duurdere diensten komen. De stijging van 3,1 procent is juist het volume na die correctie. Uitgaven van buitenlandse toeristen bij Nederlandse bedrijven namen reëel met 7,1 procent toe, tegenover 0,8 procent bij Nederlandse toeristen. In euro’s steeg het buitenlandse deel met ongeveer 3,1 miljard, dus meer dan de helft van de totale nominale toename. De motor achter de groei ligt daarmee vooral buiten de Nederlandse thuismarkt.

Buitenlandse toeristische bestedingen groeien sneller% groei na prijscorrectie · schaal begint bij 0
  1. Buitenlandse toeristen+7,1%
  2. Nederlandse toeristen+0,8%

2025 tegenover 2024; voorlopige CBS-toerismerekeningen, gepubliceerd 25 september 2026. Dezelfde volume-indexbasis voor beide groepen. Dit meet bestedingen bij Nederlandse bedrijven, niet het aantal reizigers of hun gemiddelde vakantiebudget.

Een andere CBS-telling laat zien waar de extra vraag zichtbaar was. Hotels, campings en vakantieparken ontvingen in 2025 22,3 miljoen buitenlandse gasten, 5 procent meer dan een jaar eerder. Het aantal Nederlandse gasten daalde licht naar 29,9 miljoen. In hotels kwamen ongeveer 1,7 miljoen gasten uit België; voor hen is Nederland dus een concrete, nabijgelegen vakantiemarkt. Toch kun je de stijging van de uitgaven niet simpelweg door het aantal hotelgasten delen. De uitgavencijfers omvatten ook vervoer, boekingen en andere aankopen buiten een verblijf, terwijl de gastentelling alleen bepaalde logiesaccommodaties bestrijkt.

Ook ‘Nederlandse toeristische uitgaven’ betekent niet dat Nederlanders 70 miljard euro in binnenlandse hotels en restaurants achterlieten. De CBS-tabel splitst dat bedrag op in 61,1 miljard euro voor een binnenlandse bestemming en 8,9 miljard voor een buitenlandse bestemming, voor zover de uitgaven bij Nederlandse bedrijven meetellen. Een reis naar België die via een Nederlands reisbureau wordt geboekt, kan dus in deze economische telling verschijnen. Omgekeerd kan iemand in het buitenland bij een Nederlandse aanbieder boeken zonder hier fysiek vakantie te vieren. De cijfers meten omzetstromen rond reizen, geen gemiddelde kosten per huishouden of drukte in één stad.

Meer banen, maar weinig extra uren

Voor werknemers zit de opvallendste tegenstelling in drie verschillende maten. Het toerisme telde vorig jaar 781.000 banen, tegenover 772.000 in 2024. Het aantal mensen met werk in de sector steeg van 660.000 naar 669.000. Maar opgeteld als voltijdswerk was de groei kleiner: van 455.000 naar 458.000 arbeidsjaren, of 0,6 procent. In 2019 waren dat nog 480.000 arbeidsjaren. Meer banen betekenen hier dus niet automatisch evenredig meer totale werktijd. Het CBS wijst erop dat deeltijdwerk in de sector veel voorkomt. Het zegt daarmee niet dat iedere medewerker minder uren kreeg, en de cijfers tonen evenmin wat er met individuele lonen gebeurde.

De horeca is bovendien maar één onderdeel van het toerisme. Ook luchtvaart, reisbureaus, cultuur en vervoer verdienen aan reizigers. Volgens het CBS nam de toegevoegde waarde van de hele toeristische sector in 2025 met 3,9 procent toe na prijscorrectie, tot ruim 42,3 miljard euro in lopende prijzen. Dat is de economische waarde die de sector toevoegt, niet de winst die ondernemers overhouden of het bedrag dat naar werknemers gaat. Het aandeel in de totale Nederlandse economie bleef rond 4,0 procent. Een groeiend totaal en een kleine daling van het horecawerk kunnen daardoor tegelijk waar zijn.

Wie de nieuwe reeks vergelijkt met het CBS-bericht van vorig jaar, ziet nog een valkuil. Toen werd voor 2024 ruim 111 miljard euro gemeld. De huidige toerismerekening stelt dat jaar bij naar bijna 112 miljard. Trek je het oude voorlopige cijfer rechtstreeks van de nieuwe 117,6 miljard af, dan overdrijf je de jaarstijging. De vergelijking van 5,6 miljard euro gebruikt beide jaren uit dezelfde, op 25 september bijgewerkte reeks. Ook het cijfer over 2025 is voorlopig en kan later nog veranderen. Voor een ondernemer is de richting duidelijker dan een schijnbaar exact bedrag voor de eigen zaak.

Een groeiend jaar zegt weinig over een nieuwe boeking

Voor wie nu een overnachting zoekt, is 2025 geen prijslijst voor 2026. Sinds 1 januari geldt in Nederland 21 in plaats van 9 procent btw voor onder meer hotelkamers en vakantiewoningen. Dat zegt niet dat iedere kamerprijs automatisch met twaalf procentpunt is gestegen: aanbieders kunnen hun prijzen aanpassen en het aandeel van ontbijt of andere diensten kan anders worden belast. Toerismebureau NBTC verwachtte begin dit jaar slechts 0,5 procent groei van het verblijfstoerisme in 2026 en een daling van 1 procent bij binnenlandse verblijfsgasten. Dat is een prognose over aantallen gasten, geen nieuwe meting van bestedingen.

De bruikbare conclusie is daarom beperkt maar scherp: buitenlandse vraag gaf de Nederlandse reisbranche in 2025 een impuls, zonder dat het werkvolume in de horeca even hard meegroeide. Voor een horecamedewerker of sollicitant zijn lokale roosters en vacatures bepalender dan een nationaal omzetcijfer. Voor een Nederlandse of Belgische reiziger zijn de actuele totaalprijs van een hotel, treinreis of camping en de voorwaarden van de boeking nuttiger dan de stijging van 117,6 miljard. Het CBS publiceerde een momentopname van een hele economie; zij voorspelt daarmee niet welke vakantie in 2026 betaalbaar is of welke werkgever personeel zoekt.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraWat tellen deze toerismecijfers precies?Bestedingen, bezoekers en arbeidsjaren hebben elk een andere grens; daardoor kun je ze niet tot een prijs per reiziger of loon per baan omrekenen.

De toerismerekeningen tellen bestedingen bij Nederlandse bedrijven door zowel inwoners als niet-inwoners, plus bepaalde uitgaven van Nederlanders voor een buitenlandse bestemming. De logiesstatistiek telt juist gasten bij geregistreerde accommodaties; dagbezoek en veel boekingsuitgaven vallen daarbuiten. Daarom bewijst 7,1 procent hogere buitenlandse besteding naast 5 procent meer buitenlandse logiesgasten niet dat iedere gast gemiddeld meer betaalde. Arbeidsjaren zetten deeltijdbanen om in voltijdsequivalenten. Het Belgische Statbel telt op zijn beurt reizen van Belgische inwoners met minstens één overnachting via een eigen enquête; die 2025-reeks heeft een methodebreuk en mag niet rechtstreeks met de Nederlandse hotelgastentelling worden opgeteld. Gebruik iedere reeks voor haar eigen vraag.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze