In België wisselden dit voorjaar minder bestaande woningen van eigenaar, maar ze werden niet goedkoper. Statbel maakte op 25 september bekend dat het aantal verkopen in het tweede kwartaal 11 procent lager lag dan een jaar eerder. De prijzen van bestaande woningen stegen in dezelfde periode juist met 3,9 procent. Wie nu een huis zoekt, kan uit het kleinere aantal transacties dus niet afleiden dat vergelijkbare huizen ineens voor minder geld te koop staan.

De twee cijfers beschrijven verschillende kanten van dezelfde markt. Het verkoopcijfer telt hoeveel bestaande woningen daadwerkelijk zijn overgedragen. De prijsindex probeert te meten hoe de prijs van een vergelijkbaar huis verandert, ook als het type huizen dat wordt verkocht van kwartaal tot kwartaal verschilt. Minder verkopen betekenen niet automatisch dat er meer geschikte woningen beschikbaar zijn, en een landelijke prijsstijging voorspelt evenmin het resultaat van één bod in jouw straat.

Die daling volgt bovendien op een druk tweede kwartaal in 2025: destijds telde Statbel 19,2 procent meer verkopen dan een jaar eerder. Vergeleken met de eerste drie maanden van 2026 nam het aantal geregistreerde verkopen nu met 4,5 procent af. In Vlaanderen was de kwartaaldaling 5,7 procent, in Wallonië 3,5 procent. Brussel liet juist een kleine stijging van 1,3 procent zien.

Wat kost een vergelijkbaar huis?

De prijskloof tussen nieuw en bestaand is opvallend. Volgens Statbel lagen prijzen van bestaande woningen in het tweede kwartaal 3,9 procent boven die van een jaar eerder; voor nieuwbouwwoningen lag de gemeten prijs juist 3,2 procent lager. Dat is geen belofte dat een nieuwbouwproject goedkoper is dan een bestaand huis: de percentages vergelijken elk segment met zichzelf een jaar eerder. De ligging, woninggrootte, afwerking en eventuele btw of aankoopkosten kunnen bij een echte keuze veel zwaarder wegen. Als een vergelijkbare bestaande woning vorig jaar 300.000 euro kostte, komt 3,9 procent overeen met 11.700 euro. Dat is een rekenvoorbeeld, geen prijskaartje voor een beschikbaar huis.

Vooral in Vlaanderen liep de prijsindex van bestaande woningen op: 4,4 procent op jaarbasis, tegenover 3,0 procent in Brussel en Wallonië. Een kwartaal eerder waren die percentages respectievelijk 3,7, 2,4 en 4,6. De beweging is dus niet overal gelijk. De nieuwste indexcijfers zijn voorlopig; Statbel kan ze aanpassen als meer verkoopakten binnenkomen.

Statbel meldde deze week ook werkelijke verkoopbedragen. Een gesloten of halfopen huis in Vlaanderen had in de eerste helft van 2026 een mediaanprijs van 325.000 euro, tegenover 315.000 euro een jaar eerder. In Wallonië bleef de mediaan op 195.000 euro; in Brussel steeg die van 500.000 naar 550.000 euro. Dit zijn middelste verkopen, geen vaste vraagprijzen of prijsverandering van een identiek huis.

Vergelijk daarom verkochte huizen van hetzelfde type in de gewenste buurt. Een mediaan kan verschuiven als een ander soort huizen wordt verkocht; de prijsindex corrigeert voor kwaliteitsverschillen. Bij de uiteindelijke rekening komen kosten boven op de verkoopprijs, zoals registratierechten en het notarisereloon. Een lager bedrag op een aanbodsite is dus niet de volledige aankoopprijs.

Waarom notarissen eerder méér verkopen zagen

Er is een belangrijke tegenwerping tegen het beeld van een ingestorte markt. De Federatie van het Notariaat meldde in juli voor hetzelfde tweede kwartaal 1,5 procent méér verkochte woningen dan een jaar eerder. Dat lijkt te botsen met Statbels nieuwe min 11 procent. De reeksen meten echter niet hetzelfde op hetzelfde moment. De notariële barometer verzamelt gegevens al wanneer een verkoopcontract wordt getekend; Statbel telt later geregistreerde akten van bestaande woningen. De akte volgt volgens Statbel doorgaans binnen vier maanden op het voorlopige contract. Beide berichten kunnen dus tegelijk juist zijn zonder dezelfde verkoopgolf te beschrijven.

Daarom bewijst de nieuwe min 11 procent niet dat kopers massaal afhaken. De notariële barometer zag zelfs meer jonge kopers in Vlaanderen: bij huizen steeg het aandeel kopers tot en met dertig jaar tussen het eerste en tweede kwartaal van 28 naar 32 procent. Een groter aandeel betekent echter niet dat kopen makkelijker of goedkoper werd.

Wat betekent dit voor een koper?

De praktische les is minder geruststellend dan ‘minder verkoop, dus koopjes’. Wachten op een landelijke prijsdaling geeft geen zekerheid. Tegelijk betekent een prijsindex van 3,9 procent niet dat elk huis zoveel duurder is: onderhoud en ligging kunnen verschillen. Vergelijk prijs, staat en totale aankoopkosten van het concrete huis daarom met een passend alternatief in dezelfde omgeving.

Nederlandse lezers kunnen deze cijfers niet rechtstreeks op hun markt plakken. Het CBS meldde op 22 september dat bestaande Nederlandse koopwoningen in augustus 3,3 procent duurder waren dan een jaar eerder, maar 0,1 procent goedkoper dan in juli. Dat is een andere maand, woningvoorraad en meetmethode. Een maandelijkse min is geen brede terugkeer naar vroegere prijzen.

Wat hierna gebeurt, blijft open. Statbel publiceert terugkijkende, voorlopig getelde akten; de notariële barometer signaleert contracten eerder in het proces. Voor woningzoekers is dat verschil in timing belangrijker dan het kiezen van één winnaar tussen beide statistieken. Het nieuws van 25 september: minder geregistreerde bestaande verkopen, maar hogere vergelijkbare prijzen. Een goedkopere Belgische woningmarkt volgt daar voorlopig niet uit.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraWaarom geven twee woningcijfers tegengestelde signalen?De notariële barometer en Statbel tellen op verschillende momenten en Statbel sluit nieuwbouw uit zijn verkooptelling uit.

De Federatie van het Notariaat verzamelt gegevens bij het verkoopcontract en vult ze later aan met informatie uit de akte. Statbel gebruikt de geregistreerde akten; die volgen volgens zijn methode doorgaans binnen vier maanden op het voorlopige contract. Niet elk contract eindigt in een overdracht. Statbels verkooptelling omvat alleen bestaande woningen, terwijl de notariële barometer breder is. Een verandering in de ene reeks is dus geen correctie op de andere. Vergelijk voor een trend meerdere kwartalen binnen één consistente reeks en wacht op herzieningen.

Verdieping · 1 min extraWat meet de prijsindex, en wat betaal je echt?De index volgt een vergelijkbare woning; de mediaan toont de middelste werkelijk verkochte woning in een gebied.

Statbel corrigeert zijn prijsindex voor verschillen in kenmerken van verkochte huizen. Daardoor kan de gemeten stijging anders zijn dan de verandering van de mediane verkoopprijs. Medianen per gewest helpen een budget te ijken, maar veranderen mee met de mix van verkochte woningen. De verkoopprijs is ook niet de complete rekening: registratierechten en notariskosten komen erbij. De jongste prijsindex is voorlopig. Gebruik het cijfer als marktsignaal, niet als taxatie van één huis of garantie op een nieuwbouwprijs.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze