In Nederland overleden vorig jaar 7.810 mensen na een onbedoelde val, 480 meer dan in 2024. Dat maakte het CBS op 29 september bekend, aan het begin van de Valpreventieweek en vlak voor de winter. Vooral voor oudere mensen en hun naasten is dat een reden om valgevaar niet pas na een ongeluk te bespreken. Wie 65-plus is, thuis woont en onzeker loopt of onlangs is gevallen, kan een valrisicotest doen en zo nodig de huisarts of gemeente om vervolghulp vragen.
Meer doden, ook na correctie voor vergrijzing
De 7.810 doden komen neer op gemiddeld ruim 21 per dag, tegenover 7.330 in 2024. Het CBS telt iemand mee als die binnen dertig dagen overlijdt door een onbedoelde val, struikelpartij of uitglijder. Een val met bijvoorbeeld een fiets of scootmobiel valt in een andere categorie. De voorlopige cijfers omvatten alle leeftijden en woonvormen; ze geven geen persoonlijk valrisico.
De meeste slachtoffers waren op hoge leeftijd: 79 procent was 80 jaar of ouder, terwijl slechts 2 procent jonger was dan 60. Meer ouderen in de bevolking verklaren een deel van de groei, maar niet alles. Het CBS rekende de sterftecijfers per 100.000 inwoners van vroegere jaren om naar dezelfde leeftijdsopbouw als in 2025. Ook op die basis steeg het cijfer: bij mannen van 15,5 in 2000 naar 33,5 in 2025 en bij vrouwen van 18,4 naar 52,7. De stijging komt dus niet alleen door vergrijzing; de oorzaak blijkt niet uit deze tabel.
- Mannen 200015,5
- Mannen 2025*33,5
- Vrouwen 200018,4
- Vrouwen 2025*52,7
CBS, 29 september 2026. Oudere jaren zijn omgerekend naar de leeftijdsopbouw van 2025; 2025 is voorlopig. De balken beginnen bij nul en tonen sterfte na een onbedoelde val, niet het aantal mensen dat valt.
Waarom de winter ertoe doet
Het CBS ziet in de jaren 2021 tot en met 2025 meer dodelijke valongelukken in de winter dan in de zomer. Bij mannen viel 28,2 procent van de sterfgevallen in de winter en 22,3 procent in de zomer; bij vrouwen was dat 27,0 tegenover 23,2 procent. Vooral bij negentigplussers is het verschil groot. De oorzaak van het winterverschil is niet onderzocht. Kijk dus ook naar evenwicht, zicht, medicijnen en woning, in plaats van alleen op ijs en sneeuw te letten.
Niet alle slachtoffers woonden zelfstandig. Van de 7.330 overledenen in 2024 ontvingen er ongeveer 5.000 langdurige zorg; de meesten woonden in een instelling. Voor 2025 zijn die zorggegevens nog niet beschikbaar. Een thuistest of gemeentelijke cursus is dus niet voor iedereen het antwoord. Wie voor een ouder familielid in een verpleeghuis zorgt, kan met het zorgteam bespreken hoe vallen, medicatie, mobiliteit en de kamerinrichting worden beoordeeld. De landelijke aanpak van gemeenten richt zich juist vooral op thuiswonende 65-plussers met een verhoogd risico.
Wat kun je zelf regelen?
De eerste stap is klein: de anonieme online test van VeiligheidNL duurt volgens de aanbieder ongeveer drie minuten en geeft advies voor een volgende stap. Ben je onlangs gevallen, loop je moeilijk of ben je bang om te vallen, bespreek dat dan bij de huisarts. De Nederlandse richtlijn adviseert bij thuiswonende 65-plussers bij voorkeur jaarlijks een risico-inschatting, of eerder bij zulke signalen. De test is geen diagnose. Bij een hoog risico hoort een uitgebreidere beoordeling door een zorgverlener om oorzaken zoals evenwichtsproblemen, slecht zicht of medicijnen te onderzoeken.
De uitslag bepaalt ook welk vervolg past. Bij een laag risico kan regulier bewegen voldoende zijn; bij een matig risico verwijst de gemeentelijke aanpak naar gerichte training. Bij een hoog risico is eerst verdere beoordeling nodig en volgt daarna passend aanbod. Vraag de gemeente of huisarts naar passend lokaal aanbod. Thuisarts noemt als praktische aandachtspunten goede verlichting, losliggende spullen, passende schoenen en oefeningen voor balans en spierkracht. Neem medicijnen die duizelig of suf maken met de huisarts door; verander ze niet op eigen houtje.
Wat helpt, en wie betaalt?
Alleen vaker wandelen is iets anders dan oefenen om minder te vallen. Volgens VeiligheidNL is bij thuiswonende ouderen vooral een gestructureerd programma met uitdagende balans- en krachtoefeningen effectief, afgestemd op iemands mogelijkheden en begeleid door een geschoolde professional. Regelmatig doorgaan na de cursus is onderdeel van de aanpak. Minder valpartijen bewijzen nog geen daling van het CBS-sterftecijfer. Laat het programma aansluiten op de eigen conditie en valgeschiedenis.
De rekening hangt af van het risico en de aanbieder. Het Zorginstituut zegt dat een risicotest, oorzakenonderzoek en advies onder voorwaarden uit de basisverzekering worden vergoed. Doet de huisarts dat zelf, dan geldt voor die onderdelen geen verplicht eigen risico; bij een andere zorgverlener kan dat anders zijn. Een trainingsprogramma van een fysiotherapeut uit het basispakket is bedoeld voor mensen met een andere aandoening of bijkomende medische problemen. Voor anderen kan de gemeente een programma aanbieden. Een nieuwe bril of woningaanpassing wordt niet automatisch betaald. Check de polis en het lokale aanbod voordat je kosten maakt.
Die hulp bereikt nog niet iedereen. In de laatst gepubliceerde RIVM-monitor, over 2024 en begin 2025, was in 98 procent van de gemeenten een start gemaakt, maar de doelen voor testen en cursussen werden niet gehaald; via gemeenten deden in 2024 bijna 15.000 ouderen mee aan een cursus. Die oude monitor bewijst geen verband met de nieuwe sterftecijfers. Wel maakt het duidelijk waarom zelf navragen zin heeft als je risico vermoedt. Begin met de test of een gesprek met de huisarts, en vraag daarna naar een passend lokaal vervolg. Voor wie al zorg in een instelling krijgt, begint dat gesprek bij het eigen zorgteam.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Wat laten de sterftecijfers wel en niet zien?Een sterftecijfer, een valrisico en de kans op letsel zijn verschillende maten.
De CBS-definitie gaat over overlijden binnen dertig dagen na een onbedoelde val. Ze omvat niet iedere val en sluit ongevallen met vervoermiddelen uit. De 7.810 sterfgevallen zijn een voorlopig aantal uit 2025; de seizoensvergelijking is gebaseerd op vijf jaren samen. De grafiek rekent eerdere jaren om naar de leeftijdsopbouw van 2025, zodat vergrijzing de trend minder vertekent. Daardoor kun je de balken vergelijken, maar er volgt geen kans uit voor één persoon, huis of seizoen. Voor persoonlijke vervolgstappen is een valrisico-inschatting bedoeld; die vraagt naar onder meer eerdere valpartijen en lopen en kan tot verdere beoordeling leiden.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] CBS
- [2] CBS 2024 fatal falls comparison
- [3] Thuisarts practical fall-prevention advice
- [4] Zorginstituut Nederland insured fall-prevention care
- [5] Loket Gezond Leven fall-prevention pathway
- [6] VeiligheidNL Fall Prevention Week 2026
- [7] RIVM 2024-2025 fall-prevention monitor
- [8] VeiligheidNL fall-risk screening guidance
- [9] VeiligheidNL effective fall-prevention exercise
- [10] VeiligheidNL self-assessment for falls
