Meer Nederlanders vinden een zoen tussen twee mannen op straat aanstootgevend, blijkt uit de op 6 oktober gepubliceerde Lhbtiqa+ monitor 2026. Hun aandeel stijgt van 22% in 2024 naar 28%: zes procentpunten, van ongeveer één op vijf naar ruim één op vier. De algemene steun voor homo- en lesbische mensen is nog steeds groot.

Voor stellen zit de spanning daarmee bij zichtbaar jezelf zijn. De cijfers komen uit gewogen antwoorden van Nederlandse volwassenen; antwoorden zonder mening tellen bij deze vergelijking niet mee. De enquête vond in maart en april plaats. Het is een verandering in opvattingen, geen telling van aanvallen.

Van steun naar optreden

COC Nederland en Transgender Netwerk reageren dinsdag met een oproep om die steun zichtbaar te maken. Ze vragen mensen zich uit te spreken wanneer ze discriminatie zien, mee te doen aan Paarse Vrijdag en hun solidariteit te tonen. Scholen en ouders krijgen in hun reactie een nadrukkelijke rol, evenals zorginstellingen, overheid en sociale platforms. De organisaties willen dat onderwijs aandacht besteedt aan mediawijsheid en schadelijke mannelijkheidsbeelden op internet. Dat is hun inzet naar aanleiding van de nieuwe monitor: acceptatie moet ook blijken uit wat een klas, team of omgeving doet als iemand wordt buitengesloten.

Dat opvattingen, ervaringen en strafzaken verschillende dingen meten, blijkt uit een andere Nederlandse bron. Het Openbaar Ministerie registreerde over 2025 in totaal 1.152 vermoedelijke discriminatiefeiten, tegenover 683 een jaar eerder. Binnen strafbare feiten met een discriminatieaspect was seksuele gerichtheid de vaakst geregistreerde grond, met 453 feiten. Die administratie is geen lijst van 453 aangevallen homoseksuele mensen. Veel feiten betroffen beledigingen; de meeste feiten met een discriminatieaspect waren gericht tegen mensen die aan het werk waren, vooral politieagenten en boa’s. Eén zaak kan bovendien meerdere feiten bevatten. De OM-cijfers, gepubliceerd in april, laten zien wat bij het OM is geregistreerd. Ze kunnen de nieuwe enquête over wat mensen denken niet vervangen en bewijzen ook niet dat de opinieverandering de strafzaken heeft veroorzaakt.

Ook in België gaat het om dagelijks gedrag

De Nederlandse monitor zegt niets over de hele Belgische bevolking. Een afzonderlijke enquête van het Europese grondrechtenagentschap FRA, afgenomen in 2023 en gepubliceerd in 2024, maakt daar wel de spanning tussen openheid en veiligheid zichtbaar. Van de Belgische lhbti-respondenten was 62% vrij of heel open over zichzelf. Tegelijk vermeed 53% vaak of altijd hand in hand lopen met een partner van hetzelfde geslacht. Dat laatste gaat over hun eigen gedrag, niet over afwijzende meningen van voorbijgangers. Van de Belgische respondenten die discriminatie ervoeren, meldde 14% dat bij een gelijkheidsinstantie of andere organisatie. Ook deze online enquête is geen telling van alle slachtoffers; de uitkomsten zijn afzonderlijke ervaringen, geen vergelijkbare Belgische score naast de Nederlandse 28%.

Voor iemand die op school, op het werk of online uitsluiting meemaakt, hoeft hulp niet te wachten op een strafzaak. In Nederland verwijst de Rijksoverheid naar Discriminatie.nl voor een melding, hulp en advies, ook telefonisch via 0800-0880. Aangifte bij de politie is een afzonderlijke stap; daarvoor kun je via 0900-8844 een afspraak maken. Een consulent beschrijft in de officiële toelichting dat ondersteuning kan bestaan uit bemiddeling, een klachtenprocedure of juridische bijstand. De hulp van het antidiscriminatiebureau kost de melder niets. Welke route passend is, wordt tijdens de intake besproken: een melding is geen garantie op vervolging.

In België hangt de route ook af van het onderwerp. Unia behandelt onder meer seksuele oriëntatie bij werk, horeca en federale dienstverlening. Meldingen zijn gratis en vertrouwelijk, maar Unia waarschuwt momenteel voor langere wachttijden. Voor Vlaamse onderwerpen zoals de huurmarkt, Nederlandstalig onderwijs en De Lijn verwijst de organisatie naar het Vlaams Mensenrechteninstituut. Zaken over gender horen bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Anonieme meldingen registreert Unia wel, maar daarvoor opent het geen dossier. Wie hulp zoekt, wint dus vooral aan een concrete vervolgstap wanneer de melding bij de bevoegde organisatie terechtkomt.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze