Het kabinet wil vanaf 1 januari 2029 een extra belasting op vapes en navulvloeistof invoeren. Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën maakte het plan op 2 oktober bekend. Voor iemand die in Nederland een vape koopt, verandert de prijs vandaag nog niet: de nieuwe heffing is nog geen wet en een bedrag per product ontbreekt. Wel is de richting duidelijk. Boven op de gewone btw moet een aparte belasting komen, waardoor een legaal verkocht product duurder kan worden. Voor jongeren onder de achttien verandert ook de toegangsregel niet: aan hen mogen vapes nu al niet worden verkocht.

Wat is er nieuw aan dit plan?

Nog in juni 2024 zag het ministerie een eigen belasting niet snel van de grond komen. Een nieuw Nederlands inningssysteem was nodig en de Douane had weinig ruimte; de regering verwachtte Europese regels. Dat oude besluit maakte een Nederlandse prijsverhoging toen niet concreet. Daarna zette de begroting 75 miljoen euro jaarlijkse opbrengst vanaf 2029 op papier, maar zonder tarief of aangenomen wet. Op 2 oktober zegt Eerenberg nu dat Nederland zelf een heffing wil invoeren. Dat is de nieuwe stap. Voor kopers blijft de uitkomst onzeker: er is nog geen definitieve wetstekst, geen prijs per flesje en geen zekerheid dat de nationale route overeind blijft als Europa eerder regels vaststelt.

De 75 miljoen euro uit de begroting is geen rekensom die je eenvoudig door het aantal vapers of flesjes kunt delen. Het ministerie noemde die opbrengst in antwoorden aan de Tweede Kamer taakstellend: de overheid rekent ermee, maar moet tarief en juridische vorm nog bepalen. In 2024 rekende het met twee sterk uiteenlopende voorbeeldtarieven per milliliter om mogelijke opbrengsten te verkennen. Geen van beide werd vastgesteld. Daarom is een uitspraak als “een flesje wordt twee euro duurder” nu speculatie. Ook is nog niet duidelijk of de Nederlandse maatregel juridisch een eigen verbruiksbelasting wordt of plaatsmaakt voor een Europese accijnsregeling.

België laat zien hoe een concreet tarief werkt

Net over de grens bestaat al een bruikbare vergelijking. België heft sinds 1 januari 2024 op e-vloeistoffen voor de Belgische markt 15 cent accijns per milliliter. Bij tien milliliter is dat rekenkundig 1,50 euro belasting op de vloeistof. De heffing geldt ook voor vloeistof zonder nicotine; wegwerpvapes mogen er sinds 2025 niet meer worden verkocht. Dat bedrag is niet hetzelfde als het verschil tussen twee winkelprijzen: daar spelen ook btw, kosten en marges mee. Bovendien is de Belgische regeling geen voorproefje van het nog onbekende Nederlandse tarief. Ze laat vooral zien welke informatie een koper straks nodig heeft om de prijs te begrijpen: het belastbare product, de hoeveelheid en de exacte heffing.

Het Europese alternatief ligt nog op tafel. De Europese Commissie stelde in juli 2025 voor om gezamenlijke minimumregels voor belasting op onder meer e-sigaretten vast te leggen. Dat voorstel moet nog door de Europese besluitvorming. Eerenberg zegt dat Nederland zijn eigen plan intrekt als Europese vapeaccijns eerder dan 2029 ingaat. Voor Nederlandse kopers zijn er daardoor twee mogelijke routes naar een extra heffing, maar nog geen vaststaand eindbedrag. Belgische kopers betalen hun bestaande nationale accijns intussen gewoon; een Nederlands voornemen verandert hun kassabon niet.

Wat betekent dit voor jongeren?

Het kabinet noemt het ontmoedigen van vapen onder jongeren als reden voor een hogere prijs. De omvang van die groep moet wel precies worden gelezen. Volgens de Nederlandse HBSC-cijfers van 2025 had 21,5 procent van de scholieren van twaalf tot en met zestien jaar ooit gevapet; 12,4 procent deed dat in de voorafgaande maand en 4,0 procent dagelijks. “Ooit geprobeerd” betekent dus niet “regelmatig gebruiker”. De cijfers tonen waarom jongeren in het debat centraal staan. Ze meten geen effect van een belasting die pas over ruim twee jaar gepland staat. Of de hogere prijs gebruik werkelijk vermindert, kan hieruit niet worden afgeleid.

Een hogere prijs is bovendien iets anders dan toestemming om te verkopen. De Nederlandse leeftijdsgrens van achttien jaar en het verbod op smaken anders dan tabak bestaan al. Ook online verkoop is verboden. Wie nu een fruitige wegwerpvape aan een minderjarige verkoopt, overtreedt regels die losstaan van de toekomstige heffing. De eerdere Kamerbrief wees ook op een grens aan het bereik van een nationale belasting: aankopen buiten Nederland en illegale handel vallen niet vanzelf onder de binnenlandse inning. Een prijsmaatregel is daarom niet hetzelfde als effectieve handhaving. Ook een winkelier kan pas rekenen wanneer de wet juridisch en financieel is uitgewerkt.

Wat kun je nu doen?

Voor wie zelf vapet en wil stoppen, hoeft 2029 geen startmoment te zijn. Het Nederlandse Ikstopnu heeft een overzicht van begeleiding voor jongeren, met uiteenlopende minimumleeftijden; vergoeding door de zorgverzekering is vaak mogelijk, maar hangt van aanbieder en polis af. In België biedt Tabakstop gratis informatie en telefonische begeleiding voor stoppen met roken of vapen. Dat zijn bestaande opties, onafhankelijk van een toekomstige belasting. Wie vooral wil weten wat de maatregel voor zijn portemonnee betekent, kan voorlopig alleen het wetgevingstraject volgen: wacht op het tarief, kijk op welk product het geldt en vergelijk daarna pas prijzen.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze