Wie achterloopt met de huur, zorgpremie of energierekening, kan straks vaker een telefoontje of bezoek van de gemeente krijgen in plaats van alleen een brief. De Nederlandse overheid en organisaties van gemeenten, verhuurders, verzekeraars en energie- en waterbedrijven hebben daar op 24 september afspraken over ondertekend. Gemeenten krijgen er structureel ongeveer 20 miljoen euro per jaar voor. Het is een plan om mensen met beginnende betalingsproblemen eerder te bereiken, geen automatische kwijtschelding van rekeningen. Of en hoe snel iemand persoonlijk wordt benaderd, hangt nog af van de uitvoering door de eigen gemeente.
Het systeem zelf bestaat al sinds 2021. Als een rekening voor vaste lasten onbetaald blijft en de aanbieder de achterstand niet zelf oplost, kan die een melding naar de gemeente sturen. De gemeente moet daarop hulp aanbieden; de inwoner mag die hulp weigeren. Voor verhuurders gelden vooraf stappen zoals een herinnering en een poging tot persoonlijk contact. Het nieuwe geld verandert dus niet ineens wie een achterstand mag melden. Het moet vooral helpen om na zo'n melding werkelijk iemand te spreken. Dat verschil is relevant voor wie brieven ongeopend laat liggen of niet weet dat gemeentelijke schuldhulp gratis is.
Van brief naar gesprek
Waarom is die extra stap nodig? Uit onderzoek van de Nationale ombudsman bleek dat gemeenten sterk verschilden: sommige stuurden vooral een brief, andere belden of gingen langs. Een brief versturen betekent daarbij nog niet dat iemand de aangeboden hulp heeft gezien of begrepen. De ombudsman drong daarom aan op persoonlijk contact en duidelijkere afspraken, zodat hulp minder afhangt van je woonplaats. De nieuwe financiering richt zich precies op die arbeidsintensieve stap na een melding: opnieuw proberen iemand te spreken, en zo nodig verder kijken dan een standaardbrief.
De ambitie is concreet, maar nog niet gehaald. In de eerste helft van 2026 leidde 23 procent van de vroege meldingen tot contact met de inwoner, tegen 20 procent in dezelfde periode van 2025. De partijen mikken op 40 procent in 2029. Dat is een doel voor het aandeel meldingen waarbij contact ontstaat, geen belofte dat vier op de tien mensen van hun schulden af zijn. 'Bereikt' kan zelfs betekenen dat iemand op een brief of e-mail reageert; hulp aannemen is een aparte stap. Het cijfer laat dus vooral zien hoeveel ruimte er nog zit tussen een melding en een echt gesprek.
- Eerste helft 202520%
- Eerste helft 202623%
- Doel voor 202940% (doel)
Bron: Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden, cijfers eerste helft 2026. Het gaat om contact na vroege meldingen, zonder signalen over dreigende beëindiging van energielevering. Het doel voor 2029 is nog geen gerealiseerde uitkomst.
Contact is ook nog iets anders dan hulp die iemand daadwerkelijk gebruikt. In de Divosa-jaarrapportage over 2025 stond bij ongeveer 6 procent van alle vroege meldingen geregistreerd dat een inwoner hulp accepteerde. Zo'n aanbod kan klein beginnen: meedenken over een betalingsregeling of doorverwijzen naar verdere ondersteuning. Die 6 procent is geen percentage van alle Nederlanders met schulden, en de registratie zegt niet dat de overige mensen geen problemen hadden. Wel verklaart het waarom het verdubbelen van contact op zichzelf nog geen bewijs zou zijn dat evenveel schulden zijn opgelost.
De meest recente meting bevat bovendien een waarschuwing bij de cijfers. In de eerste helft van 2026 kwamen er ruim 10 procent minder meldingen van achterstanden binnen dan een jaar eerder, terwijl het contactpercentage steeg. Dat bewijst niet dat minder mensen geldzorgen hebben. Een grote zorgverzekeraar kon tijdens een systeemovergang tijdelijk nauwelijks melden en een andere verzekeraar stopte met onnodige herhaalmeldingen. Als meldingen veranderen, verandert ook de groep waarop het bereikpercentage is berekend. De overheid wil daarom niet alleen vaker contact leggen, maar ook zorgen dat de doorgestuurde meldingen bruikbaar zijn.
Wat kun je zelf doen?
Krijg je een bericht van de gemeente na een gemiste betaling, dan is dat een aanbod om mee te kijken, geen incassobureau dat de rekening overneemt. Het gesprek kan helpen om overzicht te krijgen en afspraken met de aanbieder te maken. Je hoeft niet op zo'n bericht te wachten: de overheid verwijst bij beginnende geldzorgen naar de eigen gemeente en naar Geldfit, bereikbaar via 0800-8115 voor gratis, anonieme vragen. Wie zijn rekeningen niet kan betalen, kan daarnaast zelf bij de verhuurder, verzekeraar of energieleverancier een betalingsregeling voorstellen. Dat stopt een bestaande schuld niet vanzelf.
Voor gemeentelijke schuldhulp mag je je rechtstreeks melden bij de gemeente. Volgens de overheid moet je binnen vier weken horen welke hulp je kunt verwachten; de beslissing of je hulp krijgt volgt in beginsel binnen acht weken. Bij een bedreigende situatie, zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie, moet de gemeente binnen drie dagen helpen. Dat zijn termijnen voor een aanvraag, geen wachttijden die nu door de nieuwe afspraak per direct korter worden. De praktische winst van het extra geld moet juist eerder in de keten ontstaan: voordat een kleine achterstand zo'n crisissituatie wordt.
Hoe gemeenten de middelen precies inzetten, staat niet landelijk vast. De schuldenbranche NVVK zegt dat de ongeveer 20 miljoen euro via het Gemeentefonds komt; Divosa spreekt preciezer van 19,7 miljoen euro per jaar. Beide beschrijven dezelfde nieuwe, afgeronde begrotingspost. Gemeenten kunnen er bijvoorbeeld extra mensen van betalen of vaker persoonlijk contact zoeken, maar inwoners krijgen geen vast bedrag uitgekeerd. Divosa zag al vóór deze afspraken dat gemeenten vaker belden en dat 15 procent in 2026 een callcenter gebruikte. Zo'n aanpak kan meer mensen bereiken, maar is voor niet elke gemeente betaalbaar.
Daarmee is het verschil met de oude praktijk helder: een melding leverde al een verplicht hulpaanbod op, maar vaak bleef het bij een contactpoging zonder antwoord. Nu is er jaarlijks extra geld en een gezamenlijk doel om meer mensen daadwerkelijk te bereiken, met voortgangsmetingen tot 2029. Voor iemand met een achterstand kan dat betekenen dat er eerder iemand belt die een oplossing helpt zoeken. Of die belofte wordt waargemaakt, zal uit die metingen en uit de hulp die mensen vervolgens werkelijk aanvaarden moeten blijken. In België gelden deze Nederlandse afspraken niet.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Wat mag bij een huurachterstand worden gemeld?Een verhuurder moet eerst zelf contact proberen te leggen; de gemeente krijgt niet zomaar elk gemist bedrag doorgestuurd.
Volgens de Rijksoverheid moet een verhuurder eerst een schriftelijke herinnering sturen, persoonlijk contact proberen en op hulp wijzen. Ook moet hij aanbieden om gegevens aan de gemeente door te geven. Maakt de huurder daar bezwaar tegen, dan mag de verhuurder de achterstand niet melden. Als de huurder niet bereikbaar is na die stappen, kan melding wel volgen. Bij andere vaste lasten gelden eigen regels. Wie twijfelt waarom de gemeente contact zoekt, kan de gemeente zelf om uitleg vragen.
Waarom 23 procent bereik niet hetzelfde is als 23 procent geholpenDe monitor telt contact en hulpaanvaarding afzonderlijk.
Divosa telt iemand als bereikt na een reactie op een brief of e-mail, een opgenomen telefoon of een geopende deur. Hulpacceptatie wordt pas apart geregistreerd als iemand openstaat voor advies of vervolghulp. In 2025 gebeurde dat bij ongeveer 6 procent van de vroege meldingen. Dezelfde inwoner kan meermaals worden gemeld; het contactpercentage is dus geen telling van unieke geholpen personen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
