Wie vanaf zondag 27 september een wasmachine, telefoon of pot koffie koopt, moet minder op een los groen logo hoeven vertrouwen. Europese regels maken het voor verkopers moeilijker om een product zonder stevige onderbouwing ‘milieuvriendelijk’ te noemen of een eigen duurzaamheidskeurmerk op de verpakking te zetten. De Nederlandse toezichthouder ACM waarschuwde bedrijven daar op 24 september voor. Ook in België gaan de nieuwe bepalingen op 27 september in. Voor kopers is de winst vooral een duidelijkere vraag: welk aantoonbaar voordeel heeft dit product precies, en wie heeft dat gecontroleerd?
Misleidende groene reclame was al verboden. Het verschil is dat bepaalde trucs nu uitdrukkelijk op een zwarte lijst staan. Een algemene claim als ‘groen’ mag alleen zonder verdere uitleg als de verkoper erkende uitstekende milieuprestaties kan aantonen. Een keurmerk moet van een overheid komen of steunen op een certificeringsregeling met onafhankelijke controle. Een bedrijf kan dus niet simpelweg zelf een groen embleem ontwerpen en dat als keurmerk gebruiken. Dat betekent niet dat ieder bestaand logo fout is: kijk of de eisen openbaar zijn en een onafhankelijke partij controleert of het product eraan voldoet.
Een concrete claim is bruikbaarder
Neem een verpakking waarop ‘duurzaam geproduceerd’ staat. Als alleen het karton voor 70 procent uit gerecycled materiaal bestaat, mag die beperkte eigenschap geen groen oordeel over het hele product suggereren. De ACM noemt een specifieke vermelding van het gerecyclede aandeel als voorbeeld van informatie waar een koper wel iets mee kan. Ook beeld telt mee: een bos op de doos kan samen met de tekst een ruimere indruk wekken dan het bewijs draagt. Vergelijk daarom de precieze eigenschap, het materiaal en de meetwijze, niet alleen de groene kleur van twee verpakkingen.
Een andere grens raakt het woord ‘klimaatneutraal’. Een verkoper mag een product niet zo noemen enkel omdat het bedrijf uitstoot compenseert, bijvoorbeeld via een bosproject. Investeren in zo'n project mag het bedrijf nog steeds melden, maar dat verandert de uitstoot van het verkochte product niet vanzelf. Ook beloften over toekomstige milieuwinst vragen meer dan een ambitie op een poster: er moet een meetbaar, tijdgebonden plan liggen dat door een onafhankelijke deskundige wordt gecontroleerd. Voor een koper maakt dat onderscheid uit tussen een vastgesteld voordeel van vandaag en een doel dat misschien pas later wordt gehaald.
Ook de levensduur moet beter zichtbaar worden
Bij apparaten met software kan vóór de aankoop duidelijker worden hoe lang updates beschikbaar zijn. De verkoper moet de minimumperiode doorgeven als de producent of aanbieder die informatie beschikbaar stelt; de nieuwe regel verplicht de fabrikant niet om een langere updateperiode te beloven. Waar een officiële repareerbaarheidsscore bestaat, moet de koper die kunnen zien. Is er geen score en verstrekt de producent gegevens over onderdelen en reparatie, dan moet de winkel die informatie doorgeven. Dat helpt bijvoorbeeld bij de keuze tussen twee telefoons die vandaag even snel zijn, maar mogelijk niet even lang bruikbaar blijven.
Bij defecten verandert je wettelijke garantie niet ineens in een nieuwe betaalde dienst. Winkels moeten een herkenbare EU-kennisgeving tonen die consumenten aan hun bestaande garantierechten herinnert; in de EU geldt minimaal twee jaar bescherming, terwijl nationale regels langer kunnen doorwerken. Een apart GARAN-label verschijnt alleen bij een gratis extra levensduurgarantie van de fabrikant voor het hele product van meer dan twee jaar. Zie dat label niet als algemeen milieukeurmerk of als bewijs dat een apparaat nooit kapotgaat: het vertelt vooral wie bij een gebrek gedurende de vermelde periode voor herstel of vervanging instaat.
Voor Belgische kopers is 27 september ook de datum waarop de nationale omzettingswet ingaat. Die verbiedt onder meer zelfbedachte keurmerken zonder toegelaten certificering, een voordeel voor een heel product claimen terwijl het maar voor één onderdeel geldt, en een product repareerbaar noemen als dat niet zo is. De wet maakt ook een praktisch verschil bij online productvergelijkingen: de gebruikte methode, vergeleken producten en manier waarop informatie actueel blijft, moeten duidelijk zijn. Een ranglijst met alleen een groen blaadje naast de winnaar geeft dan te weinig houvast om een duurdere keuze te rechtvaardigen.
Niet elke oude doos verdwijnt meteen
Een product met een oud logo kan na zondag nog in de winkel liggen. De Belgische wet beperkt voor bepaalde vóór 27 september geproduceerde, verpakte of op de markt gebrachte goederen tijdelijk een specifieke handhavingsbepaling; die uitzondering vervalt zes maanden na de start van de wet. De ACM zegt dat toezichthouders in Nederland bij aantoonbare oude voorraden en aantoonbare inspanningen van bedrijven rekening kunnen houden met een overgangssituatie. Dat is geen algemene vrijstelling voor nieuwe misleidende reclame. Trek uit het ontbreken of juist het voortbestaan van een logo op de eerste dag dus nog geen conclusie over de milieuprestaties van het product zelf.
Wat betekent de datum precies?
Er zit een opvallende tegenstrijdigheid in de Nederlandse bronnen. De ACM schrijft dat de Nederlandse implementatiewet op 27 september in werking treedt. Het officiële Staatsblad stelt echter dat die wet al op 16 juli 2026 in werking trad. De Europese richtlijn noemt 27 september als datum waarop de maatregelen moeten worden toegepast; de Belgische wet noemt die dag expliciet als eigen ingangsdatum. Voor consumenten verandert de kern van de boodschap daardoor niet, maar het zou onjuist zijn om de Nederlandse publicatie van 16 juli weg te poetsen. Hoe ACM haar formulering juridisch precies bedoelt, blijkt niet uit het bericht.
Wie twijfelt bij een aankoop, kan nu vier dingen naast elkaar leggen: wat de groene claim exact zegt, waarop die is gebaseerd, wie het keurmerk controleert en welke informatie over updates, onderdelen en garantie beschikbaar is. Bewaar een screenshot van een advertentie als de belofte later anders blijkt. In Nederland kun je misleidende verkoop melden bij ACM ConsuWijzer; de toezichthouder gebruikt zulke meldingen om te bepalen waar optreden nodig is, maar een melding levert niet automatisch geld terug op. Voor een eigen geschil moet je de verkoper aanspreken. In België verwijst de FOD Economie bij dubieuze milieuclaims naar het meldplatform ConsumerConnect.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Waarom noemt Nederland twee verschillende ingangsdata?De Europese toepassingsdatum en de gepubliceerde Nederlandse inwerkingtreding vallen niet samen.
De EU-richtlijn gaf lidstaten tot 27 maart 2026 om de bepalingen in nationale wetgeving om te zetten en schrijft toepassing vanaf 27 september voor. Nederland publiceerde zijn implementatiewet op 24 juni; het koninklijk besluit in Staatsblad 2026, 204, uitgegeven op 15 juli, bepaalt letterlijk dat de wet de dag na publicatie in werking treedt. Dat is 16 juli. De ACM gebruikt in haar bericht van 24 september alsnog 27 september als ingangsdatum van diezelfde Nederlandse wet. De bronnen verklaren dit verschil niet. De Europese toepassingsdatum alleen maakt de gepubliceerde Nederlandse datum niet ongedaan. Voor België bestaat deze onduidelijkheid niet: artikel 16 noemt 27 september uitdrukkelijk.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] Autoriteit Consument & Markt
- [2] ACM uitvoerige leidraad
- [3] Nederlandse implementatiewet
- [4] Nederlandse inwerkingtreding
- [5] EU richtlijn 2024/825
- [6] Europese Commissie duurzame consumptie
- [7] EU toelichting garantiekennisgeving
- [8] Belgische wet van 22 juli 2026 (officiële Justel-tekst)
- [9] FOD Economie greenwashing voor kopers
- [10] ACM ConsuWijzer melding
- [11] ACM toelichting oude voorraden
- [12] ACM ConsuWijzer bij misleidende verkoop
