Wie zonnepanelen heeft, kan vanaf 1 januari 2027 teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen stroom die later uit het net komt. Een nieuwe berekening van vergelijkingssite Independer, bijgewerkt op 23 september, zet het voordeel dat daarmee verdwijnt voor een gemiddeld Nederlands huishouden met panelen op ongeveer 305 euro per jaar. Voor Overijssel en Limburg noemt de vergelijker 349 euro. Dat zijn modeluitkomsten, geen aangekondigde prijsverhogingen van energieleveranciers: de werkelijke rekening hangt af van je eigen stroomstromen en contract.
De cijfers maken een keuze van dit najaar concreter. Wie nu een contract afsluit dat in 2027 doorloopt, moet naast de prijs voor afgenomen stroom ook de vergoeding voor teruglevering én de terugleverkosten vanaf januari vergelijken. Een laag maandbedrag in 2026 vertelt niet vanzelf wat dezelfde overeenkomst volgend jaar kost. Independers onderzoek gaat over huishoudens in Nederland; voor Belgische zonnepaneelbezitters gelden andere regels en zijn deze bedragen niet bedoeld.
Wat verandert er op de rekening?
Tot eind dit jaar mag je stroom die je overdag of in de zomer aan het net levert, verrekenen met stroom die je op een ander moment uit het net haalt. Vanaf 2027 vervalt dat wegstrepen. Je betaalt dan voor alle ingekochte stroom en krijgt afzonderlijk een vergoeding voor alles wat je teruglevert. Tot 2030 moet die vergoeding minimaal de helft van het kale leveringstarief bedragen. Dat is het tarief zonder energiebelasting en btw, dus niet de helft van je volledige consumentenprijs. Een leverancier kan daarnaast terugleverkosten blijven rekenen.
Het verschil raakt vooral stroom die door de meter naar buiten gaat. Zonnestroom die je meteen in huis gebruikt, bijvoorbeeld wanneer de vaatwasser draait terwijl de panelen produceren, hoef je niet van de leverancier te kopen. Dat blijft na 2026 voordelig. Een paneelbezitter die overdag veel zelf verbruikt, is daarom niet zonder meer vergelijkbaar met een buur die op hetzelfde dakoppervlak vooral teruglevert. Het aantal panelen alleen zegt weinig over de verandering op de jaarrekening.
Waarom lopen de regionale bedragen uiteen?
Independer schat het wegvallende voordeel in de Randstad op grofweg 265 tot 280 euro per jaar voor een gemiddeld huishouden met panelen. In Overijssel en Limburg is dat volgens dezelfde analyse 349 euro. In de Overijsselse gemeente Tubbergen komt de uitkomst op 525 euro. De vergelijker schrijft het verschil toe aan de hoeveelheid stroom die woningen met zonnepanelen terugleveren: hoe groter die stroomstroom, hoe meer er nu nog kan worden gesaldeerd. Het gaat telkens om gemiddelden binnen de gekozen groep, niet om een bedrag dat iedere bewoner van die plaats krijgt opgelegd.
- Landelijk gemiddeldeongeveer €305
- Overijssel en Limburgongeveer €349
- Tubbergenongeveer €525
Modeluitkomsten van Independer, bijgewerkt 23 september 2026; verschillende geografische gemiddelden, geen individuele facturen of gegarandeerde prijsstijgingen. De daadwerkelijke kosten hangen onder meer af van de voorwaarden van je contract.
De landelijke rekensom is na te rekenen. Independer neemt gemiddeld 1.920 kilowattuur teruglevering over 2023 tot en met 2025 en een geraamd waardeverlies van 15,883 cent per teruggeleverde kilowattuur. Vermenigvuldigd is dat afgerond 305 euro. Voor zijn tarieven gebruikt het bedrijf aanbiedingen uit de eigen vergelijker in september 2026; de energiemarkt van 2027 ligt daarmee niet vast. De CBS-tabel waarop een deel van de berekening steunt, noemt de cijfers over 2024 nader voorlopig en die over 2025 voorlopig.
Bij de gemeentevergelijking is extra voorzichtigheid nodig. Independer leidt de teruglevering per huis met panelen af uit regionale totalen en het aantal installaties, en sluit gemeenten met minder dan 2.500 van zulke woningen uit zijn top tien. Grote daken, bijvoorbeeld van woonboerderijen, kunnen een klein gemeentegemiddelde toch vertekenen. Het methodestuk is bovendien niet volledig helder over de afleiding van een eurobedrag per regio, terwijl de pagina wel regionale bedragen publiceert. Lees de ranglijst daarom als een aanwijzing waar het effect mogelijk groter is, niet als een nauwkeurige voorspelling voor jouw postcode.
Wat kun je nu zelf controleren?
Pak je jaarafrekening en noteer apart hoeveel kilowattuur je van het net afnam en hoeveel je terugleverde. Die twee cijfers kun je ook in de app van je leverancier terugvinden. Kijk vervolgens naar de voorwaarden die vanaf 2027 gelden: het inkooptarief, de vergoeding voor teruglevering, de terugleverkosten en eventuele vaste kosten. De Consumentenbond waarschuwt dat leveranciers die kosten verschillend berekenen, bijvoorbeeld per kilowattuur of via een vaste terugleverschaal. Twee contracten met dezelfde vergoeding kunnen dus toch een verschillende jaarprijs hebben.
Let bij een contract dat over de jaargrens loopt op de splitsing tussen 2026 en 2027. Volgens toezichthouder ACM moet de leverancier afname en teruglevering over die twee perioden afzonderlijk uitsplitsen. ACM wijst er ook op dat bepaalde bestaande contractafspraken na 2026 nog recht op verrekening kunnen geven, hoewel de wettelijke regeling stopt. Ook bij zo'n afspraak vervalt het wettelijke belastingvoordeel: over alle stroom die je vanaf 2027 van het net afneemt betaal je energiebelasting en btw. Een leverancier mag voorwaarden van zo'n lopend contract niet zomaar aanpassen: controleer wat je hebt getekend en vraag bij onduidelijkheid om uitleg. Daarmee toets je je eigen situatie beter dan met één provinciaal gemiddelde.
Meer zonnestroom meteen gebruiken kan de rekening dempen, maar het vraagt geen paniekaankoop. Milieu Centraal beschrijft dat een deel van de opgewekte stroom al vanzelf rechtstreeks in huis wordt gebruikt en noemt het verschuiven van apparaten naar zonnige uren als eenvoudige mogelijkheid. Een thuisbatterij is een afzonderlijke investering. De Consumentenbond laat zien dat de terugverdientijd afhangt van opbrengst, verbruik, prijs en capaciteit; het regionale bedrag uit Independers berekening bewijst niet dat zo'n batterij zich terugverdient. De nuttigste eerste stap is een vergelijking met je eigen meterstanden en contract, waarna je kunt zien of een verandering in gebruik of leverancier werkelijk verschil maakt.
Meer weten?
Kies de verdieping die je interessant vindt.
Hoe de 305 euro is berekendDe uitkomst volgt uit een model voor gemiddelde teruglevering en tarieven, niet uit toekomstige facturen.
Independer gebruikt voor het landelijke voorbeeld 1.920 kWh jaarlijkse teruglevering, gemiddeld over 2023–2025. Het rekent voor 2026 met 29,630 cent stroomwaarde minus 13,500 cent terugleverkosten per kWh en voor 2027 met 7,665 cent vergoeding minus 7,415 cent kosten. Het verschil is volgens de gepubliceerde tussenuitkomst 15,883 cent; 1.920 maal dat verschil is 304,95 euro. De bron schrijft 29,630 min 13,500 cent als 16,133 cent, terwijl de afgedrukte getallen 16,130 geven. Dat kleine reken- of afrondingsverschil verandert de afgeronde 305 euro niet. De exacte uitkomst verschuift zodra tarieven, terugleverkosten of jouw teruglevering anders zijn. Het onderzoek is afkomstig van een energievergelijker die ook contracten verkoopt; de aannames zijn dus belangrijker dan de kop van de ranglijst.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
