De staatssecretaris van Landbouw moet binnen zes maanden opnieuw beslissen of hij optreedt tegen drie varkenshouders die biggenstaarten couperen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dinsdag dat de eerdere weigering onvoldoende was onderbouwd. Varkenshouders moeten aannemelijk maken dat zij voldoen aan de voorwaarden om een staart te mogen inkorten.

De discussie speelt al jaren. In antwoorden aan de Tweede Kamer schreef het ministerie in maart 2024 dat de NVWA wel actief controleerde op concrete huisvestingseisen, maar niet op routinematig couperen. Volgens die uitleg was onduidelijk welke verwondingen de ingreep rechtvaardigen, welke preventieve maatregelen nodig zijn en wanneer die voldoende zijn geprobeerd.

Pijnlijke ingreep tegen staartbijten

Bij couperen wordt een deel van de staart verwijderd om te voorkomen dat varkens elkaar daarin bijten. Dat kan zelf ook welzijnsschade veroorzaken: de risicobeoordeling van NVWA-BuRO uit 2024 beschrijft pijn en stress tijdens de ingreep en het genezen. De overgebleven staart kan langdurig gevoelig blijven. Een ongeschikte leefomgeving, waaronder te weinig afleiding, een hoge bezetting, gezondheidsproblemen of een slecht stalklimaat, vergroot volgens het rapport de kans op staartbijten.

Couperen mag bij uitzondering bij biggen tot en met vier dagen oud. Daarvoor moeten verwondingen bij andere varkens zijn vastgesteld en moeten maatregelen tegen staartbijten zonder resultaat zijn genomen. Het gaat dus om een ingreep waaraan vooraf voorwaarden zijn verbonden.

Welke aanpassing helpt, verschilt per bedrijf. Het ministerie noemde in de Kamerantwoorden veranderingen aan huisvesting, verrijkingsmateriaal, stalklimaat, voeding en dagelijkse verzorging, en zo nodig minder dieren in dezelfde ruimte. Eerst altijd de bezetting verlagen was volgens die uitleg niet verplicht: een andere maatregel kan effectiever zijn. De aanpak moet passen bij de omstandigheden in de stal.

Materiaal om te wroeten

De NVWA geeft concrete eisen voor materiaal waarmee varkens hun omgeving kunnen onderzoeken. Dat moet onder meer eetbaar én wroetbaar zijn en goed bereikbaar liggen of hangen. Het moet permanent in voldoende hoeveelheid beschikbaar zijn: in groepshokken moet minstens een kwart van de dieren er tegelijk gebruik van kunnen maken. Schoon materiaal houdt de aandacht beter vast; het moet minimaal wekelijks worden ververst, aangevuld of vervangen.

Die eisen dienen een praktisch doel. Varkens willen snuffelen, kauwen en wroeten. Met geschikt materiaal hebben zij minder stress en komt oor- en staartbijten minder vaak voor, schrijft de toezichthouder. Inspecteurs kijken onder meer naar het soort materiaal, de hoeveelheid en de bereikbaarheid. Bij tekortkomingen kan de NVWA bijvoorbeeld waarschuwen of een boete geven.

Varkens in Nood, dat om optreden had gevraagd, noemt de uitspraak een doorbraak. De organisatie begon naar eigen zeggen in 2023 met verzoeken om handhaving en wil dat varkenshouders de leefomgeving verbeteren om staartbijten te voorkomen.

Volgens het CBb bieden de bestaande regels voldoende mogelijkheden voor toezicht. Nieuwe regels hoeven niet te worden afgewacht. Of de drie bedrijven daadwerkelijk in overtreding waren, moet nog worden beoordeeld; het college beschikte daarvoor zelf over onvoldoende gegevens. De staatssecretaris moet een overtreding bewijzen.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze