De gemeente Schiedam heeft vrijdag 2 oktober grond bij de rozenperken in park De Plantage laten afgraven. Dat gebeurde uit voorzorg, nadat vijf honden waren overleden na een wandeling in het park. Volgens de gemeentelijke woordvoerder tegenover de lokale omroep Twee duurt het onderzoek langer dan verwacht. De weggehaalde aarde ligt nu in containers en kan terug als uit het onderzoek blijkt dat dat veilig is.

Voor hondenbezitters blijft het praktische advies om een andere uitlaatplek te kiezen. De politie raadde dat op 28 september aan, totdat de doodsoorzaak duidelijker is. Die openbare waarschuwing staat nog op haar website. Het afgraven is geen bevestiging dat een volgende wandeling door De Plantage veilig is.

Onderzoek loopt door

De politie meldde aanvankelijk vier overleden honden; de latere gemeentelijke mededeling spreekt van vijf. In het onderzoek worden eigenaren en getuigen gesproken. De politie houdt rekening met iets dat de dieren hebben gegeten, maar presenteert dat als mogelijkheid. Het onderzoek omvat zowel onderzoek aan de overleden dieren als onderzoek naar mogelijk schadelijke stoffen. Ook de forensische opsporing is betrokken.

Eerder opperde de gemeente dat mogelijk giftige paddenstoelen een rol spelen. Twee meldt dat deskundigen die verklaring betwijfelen. Een bewezen oorzaak is daarmee nog niet vastgesteld. Ook de beslissing om aarde weg te halen levert op zichzelf geen bewijs voor vergiftiging of opzettelijk achtergelaten gif.

Waarom kan zo'n onderzoek tijd kosten? Het Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum van de Universiteit Utrecht legt uit dat onderzoek na overlijden de doodsoorzaak of een onderliggende ziekte kan helpen vaststellen. Na een eerste beoordeling is vaak aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld aan weefsel, naar bacteriën of naar giftige stoffen. Dat zijn verschillende stappen, geen enkele snelle test die altijd meteen een antwoord geeft. Deze uitleg beschrijft de algemene werkwijze; ze bevestigt niet wie de Schiedamse honden onderzoekt of wanneer deze zaak uitsluitsel krijgt.

Bij een vermoeden meteen bellen

Heeft je hond tijdens een wandeling iets opgegeten dat je niet vertrouwt, bel dan direct je dierenarts. Dat adviseert het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren, het LICG. De dierenarts kan beoordelen of er gevaar is en of je naar de praktijk moet komen. Je hoeft daarvoor niet zelf al te weten welke stof het was. Heb je een verpakking of een plantenkaartje, houd dat dan bij de hand: die informatie kan helpen om te bepalen wat het dier heeft binnengekregen.

Laat je dier niet op eigen initiatief braken met zout. Het LICG waarschuwt dat dit juist een zoutvergiftiging kan veroorzaken, waaraan een dier kan overlijden. Of braken nodig en verantwoord is, hoort bij de beoordeling door een dierenarts. De algemene voorlichting over vergiftiging is geen diagnose van wat in De Plantage is gebeurd.

De politie vraagt mensen die iets opvallends zien om er een foto van te maken en het te melden. Die waarneming kan aan het onderzoek worden toegevoegd.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze