De politie mag drones na goedkeuring door het Openbaar Ministerie in heel Nederland inzetten tegen ernstige verkeersovertredingen, meldt de NOS. Het gaat bijvoorbeeld om een rood kruis negeren. In de beschreven werkwijze ziet een piloot eerst de overtreding en maakt dan een foto voor het proces-verbaal, het officiële verslag. De piloot stelt dat wie zich aan de regels houdt niets hoeft te vrezen. Volgens de Amsterdamse verkeerspolitie worden anderen niet vastgelegd. De reportage beschrijft menselijke observatie, geen automatische herkenning. Zij vermeldt geen meetbare veiligheidswinst van de proef.

Waarom is handhaving bij rode kruisen belangrijk?

Een rood kruis betekent dat de rijstrook dicht is, ook als je vanuit de auto geen gevaar ziet. Rijkswaterstaat gebruikt zulke afsluitingen onder meer bij ongelukken, werkzaamheden en medische spoedtransporten. In dat laatste geval kan de afsluiting met een ambulance meeschuiven. Olie, voorwerpen of mensen op de weg zijn vanuit een naderende auto niet altijd tijdig zichtbaar. De bescherming geldt dus voor hulpverleners én voor bestuurders en passagiers. Rijkswaterstaat laat in zijn voorlichting ook zien hoe automobilisten rakelings langs een berger rijden. Het negeren van rode kruisen valt volgens de wegbeheerder sinds 2015 onder het strafrecht. Dat maakt het meer dan een discussie over een vervelende verkeersbon.

Welke grenzen noemt de politie zelf?

De politie zegt bij elke drone-inzet te moeten afwegen of de gezochte informatie ook op een andere manier te verkrijgen is. In haar openbare privacy-uitleg belooft zij bovendien waarschuwingsborden wanneer er wordt gevlogen en beelden worden gemaakt. Ook noemt zij wettelijke eisen voor het bewaren van beeldmateriaal en voor de toegang daartoe. Dat zijn drie verschillende onderdelen van de inzet: de keuze voor het middel, herkenbaarheid voor het publiek en bescherming van verzamelde informatie. Het betreft algemene uitleg over drones, geen verslag van de uitvoering bij deze verkeersproef.

Is meekijken in het openbaar altijd een privacyschending?

Nee. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens maakte in de zaak Perry tegen het Verenigd Koninkrijk uit 2003 onderscheid tussen kijken en vastleggen. Observeren met een camera in een openbare ruimte zonder de beelden op te slaan levert op zichzelf geen inmenging in het privéleven op. Systematische of permanente registratie kan dat wel doen. In Perry ging het om een verdachte die op een politiebureau werd gefilmd voor een identificatieprocedure. Dat gebruik ging verder dan het normale doel van de beveiligingscamera. De politie had daarbij voorgeschreven waarborgen niet gevolgd; het Hof stelde een schending vast. Die zaak is geen oordeel over Nederlandse verkeersdrones. Zij laat wel zien waarom het doel en het latere gebruik van camerabeelden juridisch relevant zijn.

Welke bescherming geldt voor opgeslagen politiegegevens?

De Wet politiegegevens stelt eisen aan de verwerking van persoonsgegevens voor de politietaak. Artikel 3 verlangt dat gegevens nodig zijn voor het doel, rechtmatig zijn verkregen en niet bovenmatig zijn. Anders gezegd: er mag niet meer worden verwerkt dan passend is voor die taak. Artikel 4 verlangt nauwkeurige gegevens en maatregelen om onjuiste informatie te corrigeren of te vernietigen. Artikel 4b schrijft voor dat standaard alleen noodzakelijke gegevens worden verwerkt; dat betreft ook de hoeveelheid, opslagduur en toegankelijkheid. Bij een verwerking die waarschijnlijk grote privacyrisico’s oplevert, verlangt artikel 4c vooraf een beoordeling van die risico’s en de voorzorgsmaatregelen. Dat is geen verbod op nieuwe camera’s. Het zijn voorwaarden aan de verwerking van de informatie die ermee wordt verzameld, los van de vraag of iemand zich voorbeeldig gedraagt.

Wie controleert de drone-inzet?

De politie beschrijft zowel toezicht op het vliegen als op het omgaan met gegevens. Het team Onbemande Luchtvaartuigen houdt intern toezicht op naleving van luchtvaartregels. De politie noemt daarnaast samenwerking met de Inspectie Leefomgeving en Transport en externe audits voor haar ontheffing. Voor de omgang met gegevens verwijst de drone-uitleg naar de Gegevensautoriteit binnen de korpsleiding. Die rollen hebben verschillende onderwerpen: een veilige vlucht en zorgvuldige informatieverwerking. De uitleg noemt geen specifieke auditbevindingen over de Amsterdamse verkeersproef. Een beschrijving van toezicht is daarmee nog geen openbaar controlerapport over deze toepassing.

Kun je nagaan wat de politie over je bewaart?

Je kunt de politie vragen of zij gegevens over jou verwerkt en om inzage verzoeken. De privacyverklaring noemt daarbij informatie over het doel, de rechtsgrond, ontvangers en de voorziene bewaartermijn of de criteria daarvoor. Bij onjuiste of onrechtmatig verwerkte gegevens kun je om correctie, vernietiging of afscherming vragen. Die rechten zijn niet onbeperkt: inzage kan bijvoorbeeld worden beperkt om een onderzoek of de rechten van anderen te beschermen. De verklaring maakt ook een belangrijk onderscheid: verwijderde politiegegevens zijn niet altijd definitief vernietigd, maar kunnen voor beperkte doeleinden nog beschikbaar blijven. Wie wil begrijpen wat met een opname gebeurt, moet dus ook weten welke stap met verwijderen wordt bedoeld. Klachten over het gebruik van persoonsgegevens kunnen bij de Autoriteit Persoonsgegevens worden ingediend.

En als je een sanctie wilt aanvechten?

Voor een strafbeschikking geldt een eigen procedure. Het CJIB legt uit dat je die herkent aan de letter O op de brief. Wie het oneens is met zo’n beschikking kan in verzet gaan: de zaak laten heroverwegen door de officier van justitie. Het CJIB noemt daarvoor veertien dagen vanaf het moment dat je weet dat je de beschikking hebt gekregen. Het waarschuwt om de geldboete niet te betalen als je verzet wilt instellen, omdat betaling aanvaarding van de straf betekent. In de brief moeten onder meer het CJIB-nummer, de ontvangstdatum en de reden van het verzet staan. De officier kan de beschikking wijzigen of de zaak voorleggen aan de rechter. Deze uitleg gaat specifiek over strafbeschikkingen. Het OM noemt ook een uiterste grens van zes weken na verzending bij beschikkingen tot en met 340 euro die binnen vier maanden na de overtreding zijn opgelegd; daarnaast blijft de termijn van veertien dagen na bekendheid gelden.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze