Het CBS publiceerde op 18 september 2026 een analyse van eenzaamheid in Nederland. In 2025 voelde 10,1 procent van de 15-plussers zich sterk eenzaam; sinds 2021 ligt dat aandeel rond de tien procent. Achter dat gemiddelde zitten verschillen: 35- tot 55-jarigen, migranten en uitkeringsontvangers zijn relatief vaak sterk eenzaam.
- 20198,7%
- 202111,0%
- 202210,7%
- 202310,8%
- 20249,8%
- 202510,1%
Bron: CBS, 18 september 2026. Geen gegevens over 2020; alle balken beginnen bij nul.
Hoe komt iemand in die tien procent?
Het cijfer komt uit een vragenlijst met zes stellingen. Het RIVM beschrijft de verkorte eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld: antwoorden worden omgezet in punten en opgeteld. Een score van vijf of zes telt als sterke eenzaamheid. Het is geen telling van vrienden. Het RIVM vermeldt voor deze gegevens over 2025 al een update van 23 maart 2026. De CBS-analyse is dus geen nieuwe meetronde in september.
Contact hebben en je verbonden voelen
Eenzaamheid gaat over het pijnlijke verschil tussen de relaties die iemand heeft en de relaties die iemand wenst of nodig heeft. De Wereldgezondheidsorganisatie onderscheidt dat van sociaal isolement: een objectief tekort aan contacten, relaties en sociale rollen. Bij verbondenheid tellen volgens de WHO drie kanten mee: hoeveel contact er is, welke steun mensen elkaar geven en hoe de relaties aanvoelen. Een volle agenda vertelt daardoor maar een deel van het verhaal. Ook veranderingen zoals verhuizen, een relatiebreuk of baanverlies kunnen meespelen. Dat maakt de vraag naar een gemis concreter: zoek je meer ontmoetingen, hulp van iemand die je vertrouwt of een hechtere band?
Waarom jongerenonderzoek een ander percentage noemt
De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen meldde voor 2024 dat 23 procent zich sterk eenzaam voelde, tegenover 27 procent in 2022. Dat onderzoek gaat over 16- tot en met 25-jarigen. Het is geen jongerenkolom die je uit de nieuwe CBS-grafiek kunt knippen. Het RIVM waarschuwt expliciet dat de methoden van beide onderzoeken verschillen. Voor de jongerenmonitor worden deelnemers bijvoorbeeld via een campagne op sociale media gevraagd een digitale vragenlijst in te vullen. De twee meetjaren laten binnen die monitor een lichte verbetering zien. Ze bewijzen niet dat het verschil met het landelijke CBS-percentage volledig door leeftijd komt. Onderzoeksmethode, doelgroep en meetperiode moeten bij zo’n vergelijking worden meegenomen.
België meet weer iets anders
Statbel rapporteerde over het eerste kwartaal van 2026 dat 7,1 procent zich altijd of meestal eenzaam voelde. De Belgische enquête volgt inwoners van private huishoudens van 16 tot en met 74 jaar. Zij gebruikt hier een vraag naar hoe vaak iemand zich eenzaam voelt, terwijl de Nederlandse reeks een samengestelde score uit stellingen gebruikt. Bovendien verschillen de leeftijdsgrenzen en de verslagperiode. De twee percentages zijn daarom geen ranglijst waarop België automatisch beter scoort. Statbel volgt de levensomstandigheden ieder kwartaal en koppelt de vragen aan de Enquête naar arbeidskrachten. Voor een vergelijking tussen landen is dezelfde meetlat nodig; naast elkaar afgedrukte cijfers hebben die niet vanzelf.
Zijn sociale media de oorzaak?
Uit de besproken cijfers kun je geen schuldige app aanwijzen. Het Europese Joint Research Centre onderzocht de samenhang in een online panel met ruim 25.000 Europeanen, bevraagd eind 2022. Intensief gebruik van sociale netwerken, minstens twee uur per dag, hing daar samen met meer eenzaamheid. Bij intensief gebruik van berichtenapps werd zo’n statistisch betekenisvolle samenhang niet gevonden. De onderzoekers benadrukken dat de richting onduidelijk is: online gedrag kan samenhangen met eenzaamheid, maar eenzaamheid kan ook beïnvloeden hoe iemand sociale media gebruikt. Een gevonden verband is dus geen bewijs dat scrollen bij iedere gebruiker eenzaamheid veroorzaakt. Ook het soort gebruik doet ertoe. Contact onderhouden via een privégesprek is een andere activiteit dan een sociale feed bekijken.
Meer ontmoetingen zijn geen standaardoplossing
De aanpak moet aansluiten op wat iemand mist, stelt Movisie in zijn in juni 2026 bijgewerkte kennisdossier. Een bredere kennissenkring helpt bij een andere behoefte dan een hechte, vertrouwde relatie. Het instituut beschrijft combinaties van ontmoeting, praktische ondersteuning en het oefenen van sociale vaardigheden. Deelnemers moeten zich in een groep kunnen herkennen, kunnen meebeslissen en passende begeleiding krijgen. Ook omstandigheden buiten de persoon tellen mee, zoals financiële problemen, uitsluiting of weinig samenhang in de buurt. Een uitnodiging voor een activiteit is daardoor niet automatisch een complete aanpak. De relevante vraag voor een school, jongerenwerker of gemeente is welke behoefte en welke belemmering de gekozen activiteit werkelijk bereikt.
Hoe begeleiding eruit kan zien
Een Nederlands voorbeeld is Join Us, dat in de interventiedatabank van Movisie staat. De beschreven aanpak combineert tweewekelijkse groepsbijeenkomsten met persoonlijke sociale uitdagingen en begeleiding door getrainde jeugdprofessionals. Jongeren oefenen met het opbouwen en onderhouden van een passend netwerk; deelnemers worden naar leeftijd gegroepeerd. De databank vermeldt de erkenning Goed onderbouwd uit 2021 en dat het programma in een traject voor herindiening zit. Evaluaties melden positieve ervaringen en een afname van eenzaamheid tijdens deelname. Dat is geen garantie voor iedere deelnemer en bewijst op zichzelf niet dat het programma de verandering veroorzaakte. De beschrijving laat vooral zien hoe structurele begeleiding verder kan gaan dan één losse ontmoetingsmiddag.
Luisteren naar wat iemand zelf mist
Naast cijfers en programma’s levert ervaringskennis een ander soort informatie. Movisie beschreef in 2023 interviews met mensen die zelf eenzaamheid hadden ervaren en daarop hadden gereflecteerd. Veel geïnterviewden vertelden dat het gevoel onder de oppervlakte aanwezig bleef. Zelfinzicht, zelfacceptatie en zich openstellen speelden volgens hen een belangrijke rol. Dat zijn ervaringen uit kwalitatief onderzoek, geen percentages die voor alle jongeren gelden en geen bewezen behandelrecept. Ze maken wel duidelijk waarom een gesprek niet hoeft te eindigen bij het tellen van contacten. De behoeften van de persoon zelf blijven nodig om te begrijpen wat een ontmoeting of ondersteuning voor diegene kan betekenen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] CBS · analyse eenzaamheid 2019–2025
- [2] RIVM · meetmethode algemene bevolking
- [3] RIVM · resultaten Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024
- [4] Statbel · levensomstandigheden eerste kwartaal 2026
- [5] WHO · sociale verbondenheid
- [6] Europese Commissie JRC · eenzaamheid en sociale media
- [7] Movisie · dossier aanpak eenzaamheid, update 2026
- [8] Movisie · interventiebeschrijving Join Us
- [9] Movisie · onderzoek onder mensen met ervaringskennis
- [10] RIVM · opzet Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen
- [11] RIVM · toelichting verschillen jongerenmetingen
