Een alcoholverbod na een misdrijf zou straks gecontroleerd kunnen worden met een enkelband die dag en nacht meet. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt dat plan, meldt de NOS op 7 oktober. Het gaat om mensen die vanwege een misdrijf waarbij alcohol meespeelde een verbod opgelegd kregen, bijvoorbeeld na huiselijk geweld of een verkeersdelict. Voor hen verandert vooral het toezicht: drinken tussen twee testafspraken kan dan ook worden geregistreerd.

De Kamer behandelde het voorstel op 7 oktober. Het officiële wetsdossier vermeldt het debat als afgerond, maar de stemming nog als onvoltooid. Politieke steun betekent dus nog niet dat de maatregel al verplicht geldt. Tijdens de eerdere proeven stemden deelnemers zelf in; het voorstel moet ook inzet zonder die instemming mogelijk maken. Het wetsvoorstel werd in juli 2024 ingediend. Het gaat over Nederland; dit Kamerdebat verandert de Belgische regels niet.

Minder afspraken, meer toezicht

Nu controleert de reclassering een alcoholverbod volgens de Rijksoverheid met adem-, bloed- of urinetesten, doorgaans twee of drie keer per week. Dat zijn momentopnamen. Een alcoholmeter meet via huidvocht en zweet gedurende de hele draagperiode. De praktische ruil is duidelijk: iemand hoeft zich minder vaak voor een afzonderlijke alcoholtest te melden, terwijl de controle ook thuis en buiten de afgesproken testmomenten doorloopt.

Dat betekent geen live alarm bij iedere slok. De gegevens worden volgens de overheidsuitleg eenmaal per dag via een modem thuis naar de reclassering doorgestuurd. Begeleiders kunnen die metingen gebruiken in gesprekken over het drinkgedrag. De band kan daarmee de terugkerende alcoholtest vervangen, maar niet vanzelf alle begeleiding: reguliere afspraken met de reclassering blijven onderdeel van het toezicht.

De toelichting op het voorstel maakt duidelijk dat een band niet voor iedereen geschikt is. Ook bloed- en urineonderzoek blijven beschikbare middelen. Bij een gecombineerd alcohol- en drugsverbod kan ander onderzoek nodig zijn, omdat de alcoholmeter geen drugsgebruik vaststelt. Medische problemen kunnen eveneens een reden zijn om een ander controlemiddel te kiezen.

Wat de proef wel en niet bewijst

De overheid wijst op gunstige proefresultaten. Volgens de toelichting kwam tijdens de proef in 2018 bij 10 procent van de dragers een delict in de politiegegevens voor, tegenover 51 procent in de groep met alleen urinecontroles. Dat is een groot verschil, maar geen voorspelling dat een verplicht gedragen band bij iedere persoon hetzelfde resultaat oplevert.

De Raad van State waarschuwde in zijn advies dat de onderzochte groepen klein waren en vrijwillig deelnamen. Mensen die instemmen met een band kunnen al sterker gemotiveerd zijn om niet te drinken of opnieuw een delict te plegen. Ook volgde het onderzoek deelnemers slechts drie maanden na afloop. Of de band blijvende gedragsverandering oplevert, was volgens het advies onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Die beperking hoort bij de cijfers.

Voortdurend controleren heeft bovendien een prijs in persoonlijke vrijheid. De Raad van State noemt de invloed op privacy, lichamelijke integriteit en bewegingsvrijheid. De alcoholmeter registreert volgens de NOS geen locatie. Dat beperkt wat ermee gevolgd kan worden, maar laat het dagelijkse toezicht op alcoholgebruik bestaan.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze