Bij de scheepsramp voor de kust van Djibouti zijn zeker 139 migranten omgekomen. Dat zegt IOM-missiehoofd Alexandre Coissac tegen persbureau AP. Zeker 84 mensen worden nog vermist. De VN-migratieorganisatie meldde eerder zondag 109 doden, onder wie vijftien kinderen.

Het nieuwe dodental omvat alleen slachtoffers die door de autoriteiten zijn begraven. Volgens Coissac hebben migranten ook zelf slachtoffers begraven. Die worden pas meegeteld nadat de autoriteiten de lichamen hebben geverifieerd.

De boot met 305 mensen was onderweg naar Jemen. Volgens overlevenden kapseisde het vaartuig in de nacht van donderdag op vrijdag bij Guhere, ten noorden van de kustplaats Obock. De autoriteiten zoeken nog naar vermisten.

Ruim tachtig mensen overleefden de ramp, allen Ethiopiërs. IOM vangt 64 van hen op in Obock. Zij krijgen medische zorg, onderdak en eten. Hulpverleners helpen hen ook om weer contact te leggen met familie.

Djibouti ligt op een migratieroute vanuit de Hoorn van Afrika naar Jemen en de Golfstaten. Vanuit het land is de oversteek naar het Arabisch Schiereiland het kortst. Ook de tocht over land is gevaarlijk: vluchtelingenorganisatie UNHCR beschrijft hoe mensen tijdens hun reis door de woestijn honger en dorst lijden, soms met dodelijke afloop.

In maart kwamen bij een eerdere scheepsramp voor Obock negen mensen om en raakten er 45 vermist. IOM meldde in zijn rapport over het eerste kwartaal ook dat tot duizend migranten bij de stad vastzaten. Overtochten waren stilgelegd en slecht weer bemoeilijkte de reis. De gestrande mensen hadden vaak een ernstig tekort aan voedsel en water.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze