Bij Nederlandse huisartsen zijn in 2025 in totaal 339 zwangerschapsafbrekingen geregistreerd. Dat blijkt uit de jaarcijfers die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maandag 12 oktober publiceert. Het zijn de eerste cijfers sinds huisartsen de abortuspil mogen voorschrijven. De meldingen kwamen van 126 huisartsen.
De huisartsroute was daarmee goed voor ongeveer 1 procent van alle geregistreerde abortussen. Abortusklinieken namen 92 procent voor hun rekening en ziekenhuizen 7 procent. In totaal registreerde de inspectie 39.931 zwangerschapsafbrekingen, 493 meer dan in 2024.
Tot 2025 konden vrouwen voor een zwangerschapsafbreking terecht bij een kliniek of ziekenhuis. Sinds 1 januari van dat jaar mag ook een huisarts abortusmedicatie voorschrijven. Dat kan tot en met 8 weken en 6 dagen zwangerschap. Met het recept is de medicatie bij de apotheek af te halen.
Niet iedere huisarts biedt deze zorg aan. Artsen moeten er een scholing voor hebben afgerond en zijn niet verplicht om abortusmedicatie voor te schrijven. Wie dat niet doet, kan doorverwijzen naar een collega, kliniek of ziekenhuis. Huisartsen moeten de voorschriften melden bij de inspectie; die registratie is niet herleidbaar tot individuele patiënten.
Een afspraak bij een abortuskliniek kan ook rechtstreeks, zonder verwijzing. Bij een medisch probleem rond de zwangerschap kan de huisarts naar een ziekenhuis verwijzen. Daarnaast zijn er in het hele land organisaties voor hulp bij een onbedoelde zwangerschap; die bieden ook online ondersteuning, aldus de Rijksoverheid.
Of de behandeling wordt vergoed, hangt af van de situatie van de patiënt. Voor zorg in een kliniek of bij de huisarts geldt overheidssubsidie; ziekenhuiszorg loopt via de zorgverzekering. Tijdelijke bezoekers en sommige buitenlandse studenten of arbeidsmigranten moeten mogelijk zelf betalen. Volgens de Rijksoverheid is bepalend of iemand onder de Wet langdurige zorg valt.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
