De Europese Commissie heeft op 21 september een gemeenschappelijk beoordelingssysteem voor datacenters gepresenteerd. Het moet zichtbaar maken hoe efficiënt zulke gebouwen omgaan met energie en water, en hoe ze in het energiesysteem passen. Dat is relevant voor iedereen die cloudopslag, streaming of AI gebruikt: achter die diensten staat fysieke infrastructuur. De gedelegeerde regeling is door de Commissie vastgesteld, maar treedt nog niet meteen in werking. Het Europees Parlement en de Raad krijgen twee maanden om bezwaar te maken; zij kunnen de tekst in deze procedure niet aanpassen. De Commissie verwacht de eerste labels in 2027.
Twee letters, meerdere eigenschappen
Volgens de vastgestelde tekst moet de Europese databank uiterlijk op 15 augustus 2027 de eerste elektronische labels leveren, daarna jaarlijks. Er komen afzonderlijke klassen van A tot G voor energie- en waterefficiëntie. De bijlage toont daarnaast onder meer de herkomst van energie, de locatie, het rapportagejaar en kenmerken voor netflexibiliteit en mogelijke warmtelevering. Een QR-code verwijst naar het openbare label in de databank. Let ook op de vermelding of een datacenter al in bedrijf is. Nog niet geopende centra mogen vrijwillig deelnemen met verwachte prestaties na twee bedrijfsjaren. Zodra ze operationeel zijn, moeten werkelijke gegevens worden gerapporteerd. Een ontwerpcijfer en een gemeten bedrijfsjaar zijn verschillende soorten informatie, ook wanneer de vormgeving overeenkomt.
Een verhouding is geen totaalrekening
De energie-indicator heet Power Usage Effectiveness, of PUE. De bestaande Europese rekenregel deelt het totale energiegebruik van het datacenter door dat van de IT-apparatuur. Zo wordt zichtbaar hoeveel energie daarnaast nodig is. Een fictief centrum met 1.000 MWh voor IT en 1.200 MWh totaal heeft een PUE van 1,2. Een groter centrum met respectievelijk 2.000 en 2.400 MWh scoort precies hetzelfde. De grafiek laat die verhouding zien. Beide voorbeelden hebben twintig procent extra energiegebruik bovenop de IT-vraag, maar het grotere gebouw gebruikt tweemaal zoveel energie. De score vertelt dus iets anders dan de omvang van de totale rekening.
- Centrum 1 · PUE 1,21.200 MWh
- Centrum 2 · PUE 1,22.400 MWh
Rekenvoorbeeld, geen metingen. IT-gebruik: 1.000 en 2.000 MWh. Bron formule: EU 2024/1364, bijlage III.
Ook zuinigere AI kan de vraag laten groeien
Dat onderscheid past bij de bredere ontwikkeling die het Internationaal Energieagentschap in april 2026 beschreef. Volgens het IEA verbetert de energie-efficiëntie per AI-taak snel, terwijl gebruik groeit en zwaardere toepassingen, zoals videogeneratie en redenerende modellen, terrein winnen. De totale vraag hangt van die drie bewegingen samen af. In de centrale wereldwijde raming stijgt het elektriciteitsgebruik van datacenters van 485 TWh in 2025 naar ongeveer 950 TWh in 2030. Dat is een prognose, geen vastgesteld toekomstig verbruik. Het agentschap wijst bovendien op knelpunten bij netaansluitingen, energieapparatuur en chips. Een betere efficiëntiescore kan daarom tegelijk voorkomen met een grotere vraag naar elektriciteit en nieuwe aansluitcapaciteit.
De onderliggende gegevens zijn nog onvolledig
Het nieuwe Commissierapport maakt een belangrijke beperking zichtbaar. In de eerste rapportageronde, van mei tot september 2024, leverden 770 datacenters gegevens aan: ongeveer 36 procent van het geschatte aantal dat onder de rapportageplicht viel. Van de gerapporteerde gegevens werd 70,1 procent na een kwaliteitscontrole als betrouwbaar beschouwd. Dat betekent niet dat de overige centra automatisch slecht presteerden; ontbrekende of inconsistente cijfers beperken juist wat kan worden geconcludeerd. Bovendien verschilt het aantal bruikbare gegevens per indicator. Volgens de Commissie kwamen in de tweede ronde voorlopige gegevens van minstens dertig procent meer datacenters binnen. Die worden afzonderlijk geanalyseerd. De eerste dataset is dus een vertrekpunt, geen volledige actuele ranglijst van alle Europese datacenters.
Vlaanderen rapporteert al via een Europees loket
Voor Vlaamse exploitanten begint het verzamelen van gegevens niet met dit nieuwe label. VEKA beschrijft al een jaarlijkse rapporteringsplicht voor datacenters in het Vlaams Gewest met minstens 500 kW geïnstalleerd IT-vermogen. Zij rapporteren vóór 15 mei over het voorgaande kalenderjaar via het Europese platform ReportENER. Daarbij gaat het om serverruimten en noodzakelijke ondersteunende apparatuur, zoals koeling en stroomvoorziening. Gewone kantoorapparatuur en verspreide losse servers vallen buiten die afbakening. Voor een eerste rapportering regelt VEKA toegang en een referentienummer per datacenter. Dat onderscheid helpt bij het lezen van toekomstige labels: de beoordeling heeft een afgebakende installatie als onderwerp. Ze geeft niet rechtstreeks het energiegebruik van jouw laptop, account of afzonderlijke AI-vraag weer.
Warmte kunnen leveren is nog geen warm huis
Ook de plaatselijke omstandigheden blijven belangrijk. Noord-Holland legt in zijn datacenterstrategie uit dat bruikbare restwarmte afhangt van de temperatuur, voldoende afnemers op korte afstand en infrastructuur om de warmte te vervoeren. Een servergebouw naast woningen vormt daarom niet vanzelf een werkende warmtevoorziening. Een warmtenet en geschikte afnemers moeten er daadwerkelijk zijn. De provincie beoordeelt daarnaast gevolgen voor landschap, energievoorziening en watergebruik; regio’s moeten afspraken maken over bouw en uitbreiding. Voor Nederlandse omwonenden blijft die ruimtelijke afweging relevant naast informatie over efficiëntie. Een vergelijkbaar label maakt vragen concreter, maar vertelt op zichzelf niet of een bepaalde locatie geschikt is. Daarvoor zijn ook gegevens over de omgeving en de plaatselijke voorzieningen nodig.
Minimumnormen volgen een apart traject
De volgende beleidsstap is nog in voorbereiding. Op dezelfde dag startte de Commissie een openbare raadpleging van twaalf weken over minimumprestaties voor datacenters. Reacties kunnen tot 14 december 2026 worden ingediend; een wetgevingsvoorstel staat gepland voor het tweede kwartaal van 2027. Het doel is de milieubelasting en het energiegebruik terug te dringen. Dat is een andere stap dan prestaties indelen en zichtbaar maken. Een letter op een label betekent daarom niet automatisch dat er vandaag al een nieuwe Europese ondergrens geldt waaraan ieder centrum moet voldoen. Voor afnemers en omwonenden wordt de vervolgvraag: welke eisen worden uiteindelijk gesteld, aan welke installaties en vanaf wanneer? Die uitwerking moet nog uit het afzonderlijke wetgevingstraject blijken.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
- [1] Europese Commissie — aankondiging datacenterlabels, 21 september 2026
- [2] Europese Commissie — vastgestelde regeling en bijlagen, 21 september 2026
- [3] EUR-Lex — Verordening 2024/1364, PUE-berekening
- [4] IEA — Key Questions on Energy and AI, april 2026
- [5] Europese Commissie — rapport over datacenters, 21 september 2026
- [6] Vlaanderen / VEKA — bestaande rapporteringsverplichting
- [7] Provincie Noord-Holland — datacenterstrategie en restwarmte
- [8] Europese Commissie — raadpleging minimumnormen, 21 september 2026
