Rapper Appa heeft vrijdag 16 oktober een taakstraf gekregen voor intimidatie met persoonsgegevens op Instagram. De rechtbank Midden-Nederland legt veertig uur op, waarvan twintig voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis laat zien dat ook het delen van een openbare foto onder het verbod op doxing kan vallen.
De veroordeling gaat over berichten uit maart 2024 over een vrouw en een journalist. Volgens de rechter waren zij herkenbaar door de gedeelde foto’s en gegevens, en hadden de begeleidende teksten een intimiderend karakter. Het verweer dat de foto al openbaar was, hield geen stand. Voor het doxen van de moeder van de vrouw volgde vrijspraak: van haar waren geen persoonsgegevens verspreid.
De NOS identificeert de veroordeelde als de 43-jarige rapper Appa. Plaatsvervangend hoofdredacteur Wilma Haan reageert tevreden op de uitspraak. Zij wijst tegenover haar eigen redactie op zowel de persoonlijke gevolgen voor de slachtoffers als de rem die intimidatie zet op journalistiek werk. Of de rapper in hoger beroep gaat, was bij de berichtgeving van de NOS nog niet bekend.
De bedoeling van het delen telt
Een foto online zetten is op zichzelf niet automatisch doxing. De politie legt uit dat de bedoeling van de verspreider bepalend is: het moet gaan om angst aanjagen, ernstige overlast veroorzaken of iemand ernstig hinderen bij het werk. Zij noemt als voorbeeld dat het publiceren van beelden van politieagenten op zichzelf niet strafbaar is. Het verschil zit dus niet uitsluitend in wat op de afbeelding staat, maar ook in het doel waarmee iemand die deelt.
Doxing is in Nederland sinds 1 januari 2024 zelfstandig strafbaar. Daardoor kunnen politie en Openbaar Ministerie na een aangifte onderzoek starten zonder dat daarnaast bijvoorbeeld een strafbare bedreiging hoeft vast te staan. De bescherming geldt ook voor mensen zonder publieke functie. De Rijksoverheid noemt onder meer het delen van gegevens na een ruzie of door een boze ex. De gevolgen kunnen verder gaan dan vervelende reacties op een scherm: slachtoffers kunnen zich thuis onveilig voelen of hun werk niet meer normaal doen. Voor onder meer journalisten en hulpverleners kan de maximale gevangenisstraf bij doxing hoger uitvallen.
Gegevens verwijderen en bewijs bewaren
Voor slachtoffers lopen het stoppen van de verspreiding en het bewaren van bewijs naast elkaar. De Rijksoverheid adviseert schermafbeeldingen te maken en berichten en e-mails te bewaren. Een platform kan worden gevraagd de gegevens te verwijderen; de hulplijn van Offlimits kan daarbij helpen. Ook kan een officier van justitie na aangifte een verwijderingsbevel geven.
De politie vraagt slachtoffers om verwijdering met haar af te stemmen, omdat snel wissen het onderzoek kan bemoeilijken. Voor een melding of aangifte kan een afspraak op het politiebureau worden gemaakt. Afhankelijk van de situatie noemt de politie een stopgesprek met een verdachte, een opsporingsonderzoek of doorverwijzing naar Slachtofferhulp Nederland als mogelijke vervolgstappen.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
