Het kabinet gaat voorlopig geen verbod op camerabrillen in de openbare ruimte onderzoeken. Staatssecretarissen Van Bruggen en Aerdts schrijven dat donderdag 24 september in antwoorden aan de Tweede Kamer. Ze erkennen dat het kleine opnamelampje gemakkelijk onopgemerkt blijft en dat mensen zich daardoor minder vrij kunnen voelen. Toch willen ze eerst een Europees onderzoek afwachten. Voor wie niet gefilmd wil worden, verschuift de praktische vraag dus naar de plek waar de bril wordt gedragen: scholen, cafés, musea en zorginstellingen kunnen volgens het kabinet zelf regels stellen voor toegang en gebruik.

Dat antwoord komt twee dagen nadat de Autoriteit Persoonsgegevens beheerders van gevoelige locaties adviseerde camerabrillen waar nodig via huisregels te weren. De toezichthouder onderzoekt verdergaande maatregelen, maar kondigde geen landelijk verbod aan. De Consumentenbond wil juist dat de huidige Meta-camerabril van de markt verdwijnt, omdat die volgens eigen onderzoek heimelijk kan opnemen. De drie standpunten gaan over verschillende stappen: advies voor locaties, een oproep tot productverbod en de beslissing van het kabinet om zelf nog geen verbodsonderzoek te beginnen. Vandaag verandert er geen wet en wordt het dragen van zo’n bril dus niet in heel Nederland strafbaar.

Wat kan een school of café doen?

Een horecaondernemer kan in de huisregels zetten dat camerabrillen uit moeten of dat de opnamefunctie niet mag worden gebruikt. Het kabinet noemt ook winkels, musea, zwembaden, sportscholen en evenementen. Een regel moet kenbaar, proportioneel en niet discriminerend zijn. Wie zich er niet aan houdt, kan de toegang worden geweigerd of gevraagd worden te vertrekken. Bij een evenement met vergunning kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen. Dat is iets anders dan een nationaal bezitverbod: de beheerder beslist voor zijn eigen locatie en bezoekers kunnen de regel vooraf zien.

Is het lampje genoeg?

Meta zegt dat bij foto’s en video’s een zichtbaar ledlampje aangaat en dat de camera blokkeert wanneer het lampje wordt afgedekt. De Consumentenbond probeerde een Ray-Ban Meta Wayfarer met softwareversie 127 en meldde dat een speciale sticker, na de privacy-updates van 2 september, filmen nog mogelijk maakte. Een gewone sticker blokkeerde volgens diezelfde test de camera wél. Dat is één onderzochte combinatie van bril, sticker en software; het bewijst niet dat elke huidige of toekomstige bril hetzelfde doet. De regering erkent in haar antwoorden dat zelfs een brandend lampje in fel licht, op afstand of voor iemand met een visuele beperking weinig duidelijkheid geeft.

De regering wil de verkoop van stickers die het lampje verbergen niet verbieden. Veel van die materialen zijn immers ook voor legale toepassingen te gebruiken; zo’n verbod zou volgens haar lastig af te bakenen en te handhaven zijn. Ook pleit zij nu niet voor Europese ontwerpeisen, zoals een verplicht hoorbaar opnamesignaal. Eerst wil zij de bevindingen van de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders afwachten, die later dit jaar worden verwacht. Dat laat de spanning bestaan tussen de belofte van de fabrikant en de praktijktest van de Consumentenbond: een lampje alleen is voor omstanders geen betrouwbare garantie dat zij merken wanneer iemand filmt.

Wat gebeurt er met beelden?

Een opname op de bril is niet hetzelfde als een filmpje dat automatisch openbaar wordt. Meta zegt dat gewone foto’s en video’s op de bril blijven totdat de gebruiker ze via de app naar de telefoon haalt. De staatssecretarissen bevestigen dat beelden via Meta-systemen kunnen worden verwerkt zodra een gebruiker gegevens deelt. Welke verwerking vervolgens plaatsvindt, hangt van de functie en instellingen af. Hun antwoord sluit niet uit dat beelden van omstanders voor het trainen of verbeteren van AI worden gebruikt; daarvoor moet wel een geldige wettelijke grondslag bestaan. Of Meta in een concreet geval aan die eis voldoet, is volgens het kabinet aan de bevoegde toezichthouder.

De Hamburgse privacytoezichthouder onderzocht specifiek de eerste generatie Ray-Ban Meta Wayfarer. Die concludeerde op 10 september dat opnamen van mensen buiten een nauwe vrienden- en familiekring doorgaans niet rechtmatig zijn, omdat werkelijk geïnformeerde toestemming bij een onopvallende camera moeilijk te verkrijgen is. Ook zag de toezichthouder in de regel geen grondslag voor AI-training met zulke gegevens. Dat is een beoordeling van één onderzocht model en de Duitse context, geen uitspraak dat elke foto met elke camerabril in Nederland of België verboden is. Het onderstreept wel waarom “ik sla niets op” of “het lampje brandt” het privacyvraagstuk niet oplost.

Voor België verandert het Nederlandse kabinetsantwoord niets. De Europese privacyregels gelden wel aan beide kanten van de grens, maar Belgische regels over het recht op afbeelding hebben een eigen uitleg. De Gegevensbeschermingsautoriteit maakt onderscheid tussen toestemming om een gericht beeld te maken en toestemming om dat beeld later te verspreiden. Iemand die op een foto slechts een ondergeschikt onderdeel van een openbare scène is, valt niet automatisch onder dezelfde voorwaarden als het hoofdonderwerp. Dat onderscheid is belangrijk voor verenigingen en evenementen die beelden online zetten; een huisregel uit een Nederlands café of een Nederlandse politieke aankondiging is geen Belgische wet.

Wat doe je als je gefilmd bent?

Op straat is niet ieder beeld van een voorbijganger automatisch verboden. Het doel en de kring waarin iemand de opname gebruikt tellen mee. Een privéfilmpje voor een beperkte familiekring wordt anders beoordeeld dan een herkenbare persoon op een openbaar account plaatsen. De AP adviseert wie zichzelf online ziet eerst de plaatser om verwijderen, wegknippen of onherkenbaar maken te vragen. Lukt dat niet, meld het beeld dan bij het platform en bewaar de link en screenshots. De politie is vooral relevant bij vermoedelijk strafbaar heimelijk filmen in besloten ruimtes; een privacyklacht bij de AP levert doorgaans geen onmiddellijke verwijdering op.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze