Je wilt een foto bij een schoolopdracht uploaden, maar het bestand is te groot. Minder pixels is dan niet de enige oplossing: ook de manier van opslaan telt. JPEG, WebP en AVIF kunnen hetzelfde beeld met verschillende hoeveelheden gegevens bewaren. Googles documentatie over WebP beschrijft hoe zulke compressie werkt. Voor de gebruiker draait de keuze om drie dingen: bestandsgrootte, behouden detail en of de ontvanger het bestand kan openen.
Pixelafmetingen vertellen hoe breed en hoog een afbeelding is opgebouwd uit beeldpuntjes. Kilobytes vertellen hoeveel opslag het bestand gebruikt. In onze eigen proef hieronder blijven alle drie de versies 1536 bij 1024 pixels. Toch verschilt hun bestandsgrootte. Een bestand kan dus minder ruimte innemen zonder dat het beeld smaller wordt. Maar hetzelfde aantal pixels betekent evenmin dat ieder oorspronkelijk detail bewaard is gebleven.
Wat verdwijnt er uit het beeld?
JPEG, ook herkenbaar aan de uitgang .jpg, is gemaakt om foto’s compact te bewaren. Daarbij gaat informatie verloren. De uitleg van Google op web.dev beschrijft hoe minder opvallende verschillen worden vereenvoudigd; onze ogen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor helderheid dan voor kleine kleurverschillen. Bij bescheiden compressie hoeft dat niet hinderlijk te zijn. Bij sterkere compressie kunnen blokjes en vervaagde details zichtbaar worden. Een klein bestand is daardoor niet automatisch een slechte foto, maar de laagste bestandsgrootte is ook geen kwaliteitskeurmerk.
WebP gebruikt onder meer informatie uit omliggende beeldblokjes om te voorspellen hoe het volgende blok eruitziet. Het hoeft vervolgens vooral het verschil te bewaren. Google beschrijft daarnaast een verliesvrije variant: die maakt een compactere beschrijving waaruit de oorspronkelijke pixelwaarden terugkomen. De bestandsnaam alleen vertelt dus niet of detail is weggegooid. Daarvoor tellen ook de gekozen opslaginstellingen.
AVIF bouwt voort op AV1, een techniek die ook voor video wordt gebruikt. De formaatspecificatie van de Alliance for Open Media beschrijft hoe daarmee afbeeldingen worden opgeslagen. AVIF kan bovendien transparantie en een groter bereik aan helderheid en kleuren bewaren. Dat zijn mogelijkheden van het formaat, geen extra details die een bestaande foto er vanzelf bij krijgt. Omzetten maakt de opname dus niet ineens beter dan het bronbestand.
Eén afbeelding, drie bestanden
Voor een eigen bestandsproef hebben we op 27 september de AI-illustratie boven dit artikel vanuit hetzelfde origineel driemaal opgeslagen. De afmetingen bleven gelijk. Met beeldsoftware Pillow 12.1.1 en de numerieke kwaliteitsinstelling 75 kwamen we afgerond uit op 248,8 kB voor JPEG, 148,7 kB voor WebP en 241,4 kB voor AVIF. Dat verschil geldt voor deze illustratie en deze instellingen. We hebben hiermee geen gelijke zichtbare kwaliteit vastgesteld; 75 betekent bij de drie opslagmethoden niet hetzelfde.
- JPEG248,8 kB
- WebP148,7 kB
- AVIF241,4 kB
27 september 2026; 1536 × 1024 pixels. Kwaliteit 75 betekent geen gelijke beeldkwaliteit. Instellingen: zie bronverantwoording.
Wie wil weten welk formaat efficiënter is, moet daarom ook de overgebleven beeldkwaliteit vergelijken. Google deed dat in een eigen WebP-studie met verschillende verzamelingen afbeeldingen en een rekenmaat voor visuele overeenkomst. De studie gebruikte een WebP-versie uit 2011, ook al is de webpagina later bijgewerkt. De uitkomsten zijn geen belofte voor jouw telefoon of foto. Onze eenvoudige proef toont iets beperkters: bestandsgrootte volgt niet rechtstreeks uit het aantal pixels, en één schuifstand levert geen eerlijke kwaliteitswedstrijd op.
Een bestand moet ook aankomen
Bij het delen telt vervolgens de ontvanger. Volgens de actuele formaatgids van MDN kunnen recente versies van de grote browsers zowel WebP als AVIF weergeven. JPEG heeft al veel langer brede ondersteuning. Dat een browser een afbeelding toont, bewijst nog niet dat ieder uploadformulier of bewerkingsprogramma hetzelfde bestand accepteert. Voor een schoolopdracht weegt het gevraagde bestandsformaat daarom zwaarder dan een paar bespaarde kilobytes. Voor tekst en scherpe tekeningen noemt MDN juist het verliesvrije PNG als geschikte mogelijkheid.
Je hoeft voor een andere bestandsindeling ook niet altijd een online omzetdienst te gebruiken. Apple beschrijft bijvoorbeeld hoe Voorvertoning op de Mac een geopende afbeelding naar onder meer JPEG of PNG exporteert. Bij JPEG kun je de kwaliteit aanpassen. Een nieuwe naam of andere opslagplek maakt een aparte kopie mogelijk. Die handleiding gaat over deze exportfunctie; ze belooft niet dat ieder formaat op ieder apparaat beschikbaar is.
Onze afweging: maak voor delen een passende kopie en bewaar het origineel apart als je de foto later nog wilt bewerken of afdrukken. Daarmee houd je zelf een uitgangspunt dat niet door je laatste exportkeuze is beperkt. Controleer bij belangrijke beelden zowel de afmetingen als fijne details, en probeer het bestand in de toepassing waarvoor het bedoeld is. Ruimte besparen is nuttig; een bestand dat goed aankomt en bruikbaar blijft, is voor een schoolopdracht uiteindelijk meer waard.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.
