Donorkinderen van een voormalige Leidse laborant vinden het onderzoek naar zijn handelen onvolledig. In interviews die Omroep West zaterdag 17 oktober publiceerde, zeggen zij dat mogelijke nakomelingen onvoldoende worden bereikt. Voor hen raakt de zaak ook aan hun gezondheid en eventuele kinderwens.
De omroep sprak zeven donorkinderen. Zij bekritiseren de communicatie door MC Kinderwens en vinden dat het rapport de gevolgen van erfelijke afwijkingen te weinig aandacht geeft. Ook willen zij dat ruimer wordt gezocht naar mensen die mogelijk van de laborant afstammen.
Van elf naar zestien bevestigde nakomelingen
MC Kinderwens maakte op 7 oktober bekend dat inmiddels zestien nakomelingen met DNA-onderzoek zijn bevestigd, tegenover elf in het eerdere onderzoek. Na een oproep hadden zich ruim honderd ouders en kinderen gemeld. Het aantal zestien is dus geen nieuwe ontdekking van dit weekend; de aanleiding voor de huidige discussie zijn de reacties van de betrokkenen op de afronding.
De laborant, Henk Streefkerk, werkte bij Stichting Medisch Centrum voor Geboorteregeling, de voorganger van MC Kinderwens. Volgens de kliniek gebruikte hij eigen sperma zonder dat als zodanig te registreren. Het onderzoek begon in 2023 na een onverwachte DNA-uitkomst. De kliniek meldt dragerschap van twee erfelijke aandoeningen en zegt dat een geneticus de betrokken donorkinderen heeft geïnformeerd en verder onderzoek heeft aangeboden.
Afstammingsonderzoek blijft mogelijk
Voor mensen die nog twijfelen over hun afkomst staat een route open. Fiom richt zijn oproep op mensen die tussen 1976 en 1985 via donorinseminatie bij SMCG in Leiden zijn verwekt. Zij kunnen zich gratis aanmelden voor de KID-DNA Databank. Dat bereik is breder dan de periode 1979–1984 die in de berichtgeving over het onderzoek wordt genoemd. Fiom vermeldt dat de precieze vertrekdatum van de oud-medewerker niet is vastgesteld. In de databank is een afgeleid donorprofiel opgenomen waarmee verwantschap kan worden onderzocht.
Na inschrijving ontvangt een deelnemer een pakket om wangslijm af te nemen. Het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis maakt daarmee een DNA-profiel. Volgens Fiom kan dat na ontvangst maximaal twaalf weken duren; de vergelijking met bestaande profielen duurt daarna ongeveer zes tot acht weken. Bij een match neemt een medewerker contact op. Ook als er geen match is, krijgt de deelnemer bericht. Deelname is vrijwillig. Het laboratorium ontvangt het materiaal onder een code, zonder persoonsgegevens. De uitslag gaat over verwantschap met andere DNA-profielen in de databank.
Verwantschap en gezondheid
Voor erfelijke aandoeningen wordt naar specifieke afwijkingen in genen gekeken, legt het Erfocentrum uit. Zo’n dragerschapstest heeft een andere vraag dan de afstammingstest. Ook betekent drager zijn niet bij iedere aandoening hetzelfde: soms blijft iemand zelf gezond en speelt de aanleg van de andere biologische ouder mee bij het risico voor kinderen. Bij andere aandoeningen kan de drager zelf ziek worden. De betekenis vraagt dus om uitleg bij de betreffende aandoening.
MC Kinderwens liet Omroep West weten dat het onderzoek is afgerond doordat geen nieuwe informatie binnenkwam. De kliniek zegt aanspreekpunt te blijven en benadrukt dat via Fiom nog meer nakomelingen kunnen worden gevonden.
Verder bij de bron
Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

