KU Leuven maakte op 3 oktober een onderzoek naar technologie in de Belgische industrie bekend. De uitkomst raakt mensen die op een fabrieksvloer of bij de planning ervan werken: een nieuwe digitale werkwijze kan het werk vlotter laten verlopen, terwijl hun eigen werkdruk stijgt. Wie binnenkort met digitale instructies, een dashboard of een automatisch planningssysteem te maken krijgt, heeft dus reden om niet alleen te vragen wat de fabriek wint, maar ook welke taken erbij komen en wie daar tijd voor krijgt. Het gaat om ervaringen van bevraagde werknemers, niet om een meting van de productiviteit van alle Belgische fabrieken.

Wat verandert er op de werkvloer?

Dat dubbele beeld is concreet zichtbaar in het volledige onderzoeksrapport. Van de ondervraagden die technologie voor personeelsinformatie en aansturing beoordeelden, meldde 49,7 procent meer werkdruk. Bij digitale personeelsadministratie was dat 22,8 procent; daar meldde 23,8 procent juist minder druk en ruim de helft geen verandering. Het verschil zegt niet dat een administratiesysteem in hetzelfde bedrijf automatisch beter uitpakt: de groepen, toepassingen en taken zijn anders. Maar het toont waarom “meer digitaal” als één belofte te vaag is. Een instructiescherm dat telkens een nieuwe handeling vraagt, kan iets anders doen met je werkdag dan software die papierwerk wegneemt.

Meer werkdruk gemeld per soort systeem% per soort systeem · schaal begint bij 0
  1. Digitale informatie en aansturing49,7%
  2. Digitale personeelsadministratie22,8%

KU Leuven, werknemersbevraging in de Belgische maak- en chemische industrie, rapport 2026, grafiek 14. Het gaat om zelfgerapporteerde toename van werkdruk bij verschillende groepen respondenten; geen objectieve voor- en nameting of rechtstreeks experiment.

Grafiek: Nxt Generation News · CC BY 4.0

Grafiek overnemen

Je mag deze grafiek overnemen en aanpassen, ook commercieel. Zet de bronvermelding hieronder erbij, met de link, en noem ook de bron van de cijfers. Voorwaarden

Het risico zit deels in de inrichting van het werk. Het Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk beschrijft dat slimme systemen gevaarlijk werk kunnen verminderen en informatie sneller beschikbaar maken. Tegelijk kan het bewaken van schermen en meldingen extra aandacht kosten, terwijl hogere productieverwachtingen de tijdsdruk opvoeren. Dat is een nuttiger vergelijking dan de vraag of een robot op zichzelf goed of slecht is. Voor een werknemer maakt het uit of de nieuwe machine een zware taak overneemt én er voldoende tijd is om storingen te volgen, of dat er naast de oude taken voortdurend nieuwe controles bijkomen.

Een ander Belgisch onderzoek laat zien dat dit niet tot één sector beperkt hoeft te blijven. In de analyse van de European Working Conditions Survey 2024 beschrijft de federale arbeidsdienst dat digitalisering vaak taken herschikt: coördineren, opvolgen, leren en registreren komen erbij. Dat onderzoek omvat werknemers uit allerlei beroepen en gebruikt een andere steekproef dan de KU Leuven-enquête. De percentages zijn daardoor niet onderling uitwisselbaar. Wel wijzen beide analyses naar dezelfde vraag voor een werkgever: welke nieuwe handelingen zijn werkelijk in de planning opgenomen, en welke moeten mensen er stilzwijgend bij doen?

Ook buiten België is een simpele belofte van tijdwinst niet vanzelfsprekend. In Eurofounds Europese werknemersenquête over 2024 zegt 40 procent dat AI of andere digitale technologie taken aan het werk heeft toegevoegd; 30 procent meldt dat taken wegvielen. Die twee percentages zijn geen balans van uren en vertellen niet of dezelfde personen beide ervaringen hadden. Ze geven wel een bruikbaar alternatief voor de verkooppraat bij een invoering: tel vóór en na de verandering welke concrete taken verdwijnen, welke erbij komen en hoeveel tijd leren en corrigeren vraagt. Een snel systeem kan voor de gebruiker alsnog een volle dienst betekenen.

Wat kun je vóór invoering vragen?

De verschillen binnen de KU Leuven-groep verdienen evenveel aandacht. Arbeiders en lager opgeleiden beschreven vaker meer druk en ingewikkelder werk dan bedienden en hoger opgeleiden. Ongeveer zeven op de tien respondenten zeiden nooit of zelden bij de voorbereiding van nieuwe technologie betrokken te zijn. Mensen die wél betrokken waren, rapporteerden minder stress en druk. Daaruit volgt niet dat overleg alleen de klachten oplost: de enquête meet verbanden op één moment. De praktische les is wel om juist de mensen die met het systeem moeten werken vóór de invoering een echte proef, uitleg en mogelijkheid tot aanpassing te geven.

In België bestaat voor grotere ingrepen al een formele route. Als een investering in nieuwe technologie belangrijke collectieve gevolgen heeft voor het werk, moet de werkgever volgens de federale arbeidsdienst uiterlijk drie maanden vooraf informatie geven en met werknemersvertegenwoordigers overleggen. De drempel is specifiek: minstens de helft én minstens tien werknemers van een beroepscategorie moeten geraakt worden. Het overleg omvat onder meer werkorganisatie, veiligheid en scholing. Niet elk nieuw programma valt daar dus automatisch onder. Maar ook bij een kleinere wijziging kun je je leidinggevende, preventieadviseur of vertegenwoordiger concreet vragen hoe extra taken worden ingeroosterd en wie klachten over het systeem opvolgt.

Een tweede vraag is wat het systeem over jou vastlegt. De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit zegt dat werkgevers bij elektronisch toezicht werknemers vooraf moeten informeren over de controle, het doel, de mogelijke gevolgen en de toegang tot hun persoonsgegevens. Dat is relevant bij dashboards die prestaties, locaties of werktijden zichtbaar maken. Vraag daarom niet alleen of de werkgever “privacy respecteert”, maar welke gegevens worden verzameld, wie ze ziet en voor welke beslissingen ze worden gebruikt. Een algemene belofte geeft een werknemer minder houvast dan een duidelijke uitleg bij het specifieke systeem op de eigen werkplek.

Wie die uitleg mist, kan volgens de Belgische toezichthouder zijn eigen persoonsgegevens opvragen. Het inzagerecht omvat niet alleen een kopie, maar ook informatie over het doel, de categorieën gegevens, de ontvangers en de bewaartermijn. De Nederlandse privacytoezichthouder beschrijft hetzelfde recht voor werknemers daar; ook beoordelingen over jou kunnen persoonsgegevens zijn. Dat recht maakt een onduidelijke personeelsapp niet automatisch onrechtmatig; het geeft wel een manier om vast te stellen wat er over je wordt bijgehouden. Noteer bij een nieuwe tool ook welke taak meer tijd kost of onduidelijk blijft en bespreek dat tijdens opleiding of overleg.

Voor werknemers in Nederland geldt het Belgische overlegkader niet. Bij Nederlandse regelingen voor personeelscontrole, beoordeling of privacy kan de ondernemingsraad volgens de SER wel instemmingsrecht hebben; dat betekent niet dat elk nieuw softwarepakket automatisch langs de raad moet. De percentages uit de Belgische bevraging kun je evenmin op Nederlandse bedrijven plakken. Het algemene oordeel blijft praktisch: een hulpmiddel dat gevaarlijk of repeterend werk wegneemt kan veel waard zijn, maar tel ook de tijd voor extra controle en opleiding mee. Vraag vóór invoering wie die tijd krijgt en wie het systeem bijstuurt als de werkdruk stijgt.

Meer weten?

Kies de verdieping die je interessant vindt.

Verdieping · 1 min extraHoe sterk is dit onderzoek?Een grote Belgische werknemersenquête, met duidelijke grenzen aan wat je eruit kunt afleiden.

Het volledige rapport noemt 2.803 antwoorden op een uitnodiging aan ruim 80.000 leden van twee vakbonden in de Belgische maak- en chemische industrie: een respons van 3,7 procent. De universiteit kon de groep niet wegen tot een representatieve afspiegeling van alle werknemers. De vragen gaan over ervaringen, niet over objectief gemeten productie of medische stress. Omdat iedereen op één moment is bevraagd, bewijst het onderzoek geen oorzaak en gevolg. De aankondiging van 3 oktober versmalt de omschrijving tot metaal- en textielindustrie; voor de reikwijdte en methodologische grenzen volgen wij het volledige rapport. Ook het in het persbericht genoemde privacypercentage gebruiken we niet: de betreffende passages in het rapport spreken elkaar tegen.

Verder bij de bron

Lees zelf de onderzoeken, uitleg en aankondigingen achter dit verhaal.

Bronnen en werkwijze